Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Jan ten Dam Tilligte

Jan ten Dam uit Tilligte vertelt

Opgeschreven door Hennie Asma 
Dit artikel is met toestemming van de Heemkunde Denekamp overgenomen
uit 't Onderschoer 2006 nr. 3.

Op 15 februari 2005 hadden Theo Blokhuis en Hennie Asma namens Heemkunde Denekamp een gesprek met de toen 93-jarige Jan ten Dam in Tilligte. Ik laat Jan aan het woord.

Vooraf

Jan ten Dam in TilligteIk ben op 17 september 1912 in Tilligte geboren op een boerderij aan de Hunenborgseweg. Ons gezin telde aanvankelijk twaalf1 kinderen, waarvan er al vroeg zes waren overleden. Zo zijn in zes weken tijd drie kinderen gestorven. Mijn vader kwam uit Oud Ootmarsum; hij is geboren in een boerderij, die lag in de nabijheid van café Ten Dam (nu Posselhoek - Red). Later heeft hij aan de Laagsestraat een café gebouwd. Mijn moeder is geboren in het huis op de plek, waar nu ons café is en dat in die tijd Beijerink heette. Van de zes overgebleven kinderen, is er één bij Arends in Lattrop getrouwd, één bij Steunebrink in Beuningen en één bij Rikkink (ook in Beuningen - Red); mijn oudste broer bleef thuis. Ik ben in Tilligte gekomen en een andere broer was bij Keiser (Boerrichter) met een weduwe ( Tijink - Red)getrouwd.

BoerderijJohannes Henricus ten Dam op Nijhoes TilligteGeertruida (Trui) ten Dam-Beijerink op Nijhoes Tilligte

Mijn ouders hadden aan de Hunenborgseweg een gemengd landbouwbedrijf van ongeveer achttien bunder. Voor die tijd dus een behoorlijk grote boerderij. Er waren ongeveer tien koeien en ze verbouwden rogge en aardappelen. Tegen de herfst werden de meeste aardappelen naar Enschede gebracht, waar ze redelijk wat opbrachten. 's-Morgens moest eerst worden gemolken, wat toen veelal door de vrouwen gebeurde. Maar bij ons deden de mannen dat ook. Ik zelf kon behoorlijk goed melken en heb er zelfs nog les in gegeven bij het Sint Nicolaasgesticht in Noord Deurningen.
Vóór mijn zusters trouwden, werkten ze altijd mee op de boerderij. Naast melken hielpen ze mee met het schoon houden van het huis. In die tijd was er vaak veel volk op zo'n boerderij, zoals ongetrouwde ooms en tantes. Dat kwam mede door het ontbreken van sociale voorzieningen. De mensen waren arm en als zulke inwonende ooms of tantes ergens op visite wilden en iets mee wilden brengen, moesten ze de hand ophouden. Het was wel wat gemoedelijker dan nu, maar voor de rest was het niet zo best.
Vóór de Tweede Wereldoorlog werden door de meeste bakkers de ovens gestookt met takkenbossen of ‘boeskes'. Daarvan hebben wij er indertijd heel wat gemaakt, ondermeer voor de Denekampse bakker Asma. Voor een takkenbos kregen we in die tijd een dubbeltje en daarvoor moest je eerst het hout hakken, het bundelen en daarna op een wagen laden en naar Denekamp brengen. Dat kwam neer op ongeveer een verdienste van een dubbeltje per uur. De broer, die op de boerderij was gebleven, heeft er later grond bij gekocht. Daarna vond hij het bedrijf toch nog te klein, is toen naar Nieuw-Schoonebeek in Drenthe gegaan, nadat hij zijn eigen boerderij had verkocht aan Toon Blokhuis (Ellenboer).

Lagere school en landbouwschool

Vanaf mijn zesde jaar heb ik de lagere school in Tilligte bezocht, die aanvankelijk uit twee lokalen bestond. Na een verbouwing zijn er drie lokalen van gemaakt. We begonnen in de eerste klas met lei en griffel en ik dacht dat we pas na twee jaar potloden en pennen kregen. In Tilligte waren maar zeven klassen en daarom heb ik het achtste leerjaar in Denekamp gevolgd. In die tijd Oude school in Tilligtewas Veldman, een broer van de Denekampse hotelhouder, hoofd van de School in Tilligte, een gemengde school en aanvankelijk een openbare. Na de nieuwbouw werd het een katholieke school. De tijd, dat de meeste kinderen alleen 's winters naar school gingen, was toen al voorbij, Mijn vader heeft de tijd van 'de winterkraaien' nog wel meegemaakt.
In het jaar, dat ik in Denekamp naar school ging, was meester Mulders er hoofd. Verder waren er ondermeer de onderwijzers Bernink en Goorhuis. Met Bernink heb ik betere ervaring gehad dan met Mulders. Van de laatste heb ik verscheidene keren een draai om de oren gehad. Na de lagere school heb ik drie jaar lang de landbouwschool in Tubbergen bezocht. Het was de lagere landbouwschool, die er toen pas begonnen was en waarvan meester Bult hoofd was. ln de koude Winter 1928/29, een zeer strenge winter, gingen we op de ?ets naar Tubbergen; soms namen we de ?ets op de nek, zoals in de Nutter-es, waar vaak een dik pak opgewaaide sneeuw lag. In die tijd hadden we in de parochie Tilligte een tiendaagse missie. Zodra ik door en door koud vanuit Tubbergen thuis was gekomen, moest ik naar de koude kerk om de donderpreken van de paters aan te horen. Er was nog geen verwarming in de kerk.
Van de jongens, die in dezelfde tijd ongeveer als ik hier naar school gingen, herinner ik me als later bekende Tilligtenaren de paters Damhuis en Koopman. Voor een priesterstudie was in die tijd vaak nog wel geld te vinden. Maar voor een andere hogere studie ontbrak dit meestal.
Kerkelijk gebeurenTheodorus Hendrikus Gerhardus Brehm Tilligte
In Tilligte hadden we alleen maar pastoors, er waren geen kapelaans. Van de bouw van de kerk kan ik me herinneren dat mijn vader eens thuis kwam en vertelde dat de kerktoren klaar was. Ik was toen een jaar of vijf. Ik ben nog steeds lid van het kerkkoor. In 2002 vierde ik mijn 70-jarig jubileum als koorlid. In 1932 heeft de toenmalige pastoor mij persoonlijk gevraagd lid van het koor te worden vanwege gebrek aan leden. Ik ben wel zestig maal in Kevelaer geweest en ga er nog elk jaar naar toe. Vijf keer ben ik in Lourdes geweest. Onder pastoor Bremer hadden we hier met Sacramentsdag altijd een processie. De processie ging achter ons huis langs, vervolgens door een pad verderop dan langs Haamberg weer terug. Een processie met Maria-Hemelvaart op 15 augustus, zoals men dat in Denekamp kende, is er in Tilligte nooit geweest.

Naar een oom en tante op café Beijerink in Tilligte

In 1943, toen ik 31 was, ben ik naar deze plek gegaan. Op dit cafeetje zat het echtpaar Beijerink, een oom en tante van mij, die toen al in de zeventig waren en geen kinderen hadden. Zij was van Roelofs2 uit Lattrop. Mijn oom kwam uit een gezin, dat bestond uit drie jongens en één meisje dat later met mijn vader getrouwd is. De ene zoon was bakker en een andere getrouwd bij Kuper. De Beijerink's hadden al sinds mensenheugenis een café in Tilligte.Midden café-boerderij Beijerink Tilligte
Mijn oom en tante runden naast het kleine café nog een boerderijtje. Ze hadden vier koeien en ongeveer vier bunder land. Het café mocht de naam echter nauwelijks hebben; een kleine ruimte met een kast, waarop een jenever?es; bier was er amper. Er was trouwens weinig ‘aangeloop', al helemaal niet door de week, ja zo nu en dan kwam er een zwerver of landloper.
De oom, die gehandicapt was, werd op een gegeven moment ziek en kon daardoor dus maar weinig. Om die reden hebben ze mij toen gevraagd om bij hen te komen wonen en daarvoor was ik wel te vinden. Ik ben toen bij hen ingetrokken, hoewel de behuizing niet veel bijzonders was; er was nogal wat achterstallig onderhoud. Aanvankelijk viel het me tegen, omdat ik uit een gezin met kinderen kwam en nu dus bij een paar oude mensen woonde. Maar ik kon er altijd heel goed mee opschieten en heb er nooit onenigheid mee gehad. Mijn oom heeft, na dat ik er kwam, nog een jaar geleefd en is toen aan kanker gestorven.
Een opleiding in de horeca heb ik nooit gehad, die bestond toen waarschijnlijk ook niet. Caféhouder kon iedereen worden, daar had je geen diploma's voor nodig. Wel heb ik in die tijd veel moeite moeten doen om de vergunning voor de verkoop van sterke drank op mijn naam te krijgen.

Bezettingstijd 1940-1945

In het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog hadden we hier Duitse militairen ingekwartierd. Die sliepen op de vloer, waarop ze stro hadden gelegd. Ze hadden er een kachel staan, die ze stookten met hout dat ze in het bos hadden gekapt. Het zag er allemaal vreselijk uit. Ik woonde er alleen met het 'oude menske'. Een van de kamers hadden de Duitsers volgepakt met munitie en als mijn tante naar haar slaapkamer ging, moest ze eerst door de kamer vol wapentuig, maar dat deed ze rustig. Ze durfde ook wel een grote mond op te zetten tegen de soldaten, die accepteerden dat van haar. De pastorie en school waren toen ook bezet. Maathuis was hier pastoor.
Tijdens een razzia in Tilligte is een jongen van 18 jaar van Baalhuis opgepakt, die in dienst was bij Derkman. We hebben die jongen hier nooit teruggezien, hij is in een kamp (Neuengamme - Red) omgekomen. In 1940 zijn de volgende Tilligtenaren omgekomen: zonen van Pierik en van Brunnink-huis en Koos Veldman, een zoon van het toenmalige schoolhoofd. Koos Veldman was al vóór de oorlog naar Indië gegaan en is er verongelukt met een vliegtuig. Distributiebescheiden moesten we in de laatste oorlog uit Oud Ootmarsum halen bij café Luttikhuis. In die tijd heb ik zelf nog tabak verbouwd en nadat ik ze hier gedroogd had, ben ik er mee naar Bloemen in Ootmarsum gegaan, waar ze werd versneden en verder werd bewerkt tot tabak.
In de oorlog, in de hongerwinter 1944, waren in Tilligte verschillende kinderen uit Utrecht, waarvan er één - een jongen - bij ons was. Ik zat er toen alleen mee met mijn oude tante, die amper kinderen kende, zodat ik gewoonlijk voor de jongen moest zorgen, die er ongeveer een half jaar is geweest. Nadat de oorlog afgelopen was keerde hij terug naar Utrecht. Daarna heb ik nog wel eens contact met hem gehad. Maar in latere jaren niet meer. Ik weet niet eens of hij nog leeft. Een jongen, die in die tijd op de pastorie was, komt nog wel geregeld in Tilligte. In Tilligte waren nogal wat mensen betrokken bij de ondergrondse, zoals Jan Koopman en Horsthuis/Mollink. Bij de laatste familie werden een tijdlang wapens en munitie gedropt en er is een inval geweest van Duitsers en NSB'ers.
Ik ben nooit tewerkgesteld in Duitsland, ook al niet omdat ik de zaak draaiende moest houden en dus onmisbaar was. In de oorlog waren school en pastorie een tijdlang in gebruik door Duitse militairen en ook waren er militairen bij burgers ondergebracht. Bij Koopman was in die tijd een Feldwebel ingekwartierd. In de oorlog was het een tijd lang verboden meer elektriciteit af te nemen dan Manufacturenhandel Koopman in Tilligtetoegewezen was. Sommigen omzeilden dat verbod door met een pennetje in een gaatje te duwen om zodoende de meter stil te zetten. Zo ook in Tilligte. Een meteropnemer uit Lattrop3 ontdekte dat en meldde het aan zijn superieuren met gevolg dat de overtreders naar een strafkamp in Duitsland gestuurd werden. Ik dacht dat het om tien a twaalf man ging, waaronder een broer van mij. Ze hebben ongeveer een halfjaar vastgezeten, maar zijn allemaal levend terug gekomen. (Zie 't Onderschoer 1998, nrs. 3 en 4 - Red) In de oorlog kwamen in Tilligte geregeld mensen uit Enschede en omgeving te vragen om rogge, brood en spek.
Van de bevrijding heb ik hier weinig gemerkt. In die tijd had ik een fiets, die ik op zolder onder stro had verborgen om te voorkomen dat de Duitsers die meenamen. Op de dag van de bevrijding heb ik hem te voorschijn gehaald en ben er op naar Noord Deurningen ge?etst, naar de omgeving waar 'turf-Keizer' woonde. Daar stond een stel geallieerde militairen bijeen om te overleggen op welke manier en waar ze het beste het kanaal konden oversteken.

Nieuwbouw café

Café ten Dam in TilligteZodra ik me bij Beijerink goed had geïnstalleerd, zijn we aan het bouwen en verbouwen gegaan. We hebben op de ”del' een dansvloertje gemaakt en toen kwam ”n löp” er beter in. Geleidelijk aan heb ik het landbouwgedeelte afgestoten, waarna ik mevolledig heb toegelegd op het café. In 1953 hebben we alles afgebroken en nieuw gebouwd. Op zondagen na de Hoogmis kwam er altijd behoorlijk veel volk. De kerk zat toen op zondag altijd vol. Veel mannen kwamen hier na afloop van de dienst een borrel drinken en om een kaartje te leggen. Boeren, die met koetsen kwamen, parkeerden hun voertuigen naast of voor het café op straat. Dat ging hier op zondagmorgen net zoals bij de Kul in Denekamp.
Van al die gewoontes is ook hier helemaal niets meer over. Wie naar de kerk gaat en van verderaf komt, gaat met de auto. Het was toen nog zo dat dan tevens de nodige boodschappen werden gedaan, vooral kruidenierswaren. In Tilligte waren toen vier kruidenierswinkels. Koopman had, behalve een manufacturenzaak ook een kruidenierswinkel; Baalhuis had een winkel; verder waren er nog twee. Nu is er niets meer, behalve Koopman met zijn modezaak. Een vaste bakker is er ook niet meer; Goossink was de laatste.Bernardus (Bernard) Beijerink en Euphemia Gesina (Sina) Roelofs Tilligte
Toen later het voetballen in Tilligte begon -afgelopen zondag heeft de voetbalclub het 40-jarig jubileum gevierd (februari 2005 - Red)- hadden ze geen veld. Nadat ze bij diverse boeren hadden gevraagd, kwamen ze bij mij. Ik heb daar toen een perceel voor afgestaan, dat nu nog wordt gebruikt als trainingsveld. Daar is de club dus begonnen met voetballen. Het veld kostte de club niets en ook de kleedkamers en douches had ik er allemaal gratis neergezet. Soms ben ik wel eens boos op die lui omdat ze in hun kantine diverse dranken verkopen, die ook bij ons verkrijgbaar zijn.
Toen we een nieuwe zaal in gebruik hadden genomen, werd er altijd gedanst. Dat deden we om de beurt met Haamberg en dat liep als een trein. Toen later Arends in Lattrop een grote zaal had gebouwd, was het hier gebeurd met het dansen. Maar ook al door de kegelbanen, die we in 1974 hebben aangelegd, loopt de zaak heel goed. Ook zijn er regelmatig etentjes en partijen, zoals ter gelegenheid van verjaardagen en jubilea. Het jaarlijkse carnaval speelt zich grotendeels bij ons af, zoals het uitkomen van de prins. Bij dit gebeuren is ongeveer de hele parochie betrokken. De avonden voor het eigenlijke carnaval vinden plaats bij Haamberg, ook al omdat de zaal er daar meer geschikt voor is. Vroeger was in Tilligte nog een Oranjecomité actief dat de Oranjefeesten, die twee dagen duurden, organiseerde. Nu is dat allemaal verleden tijd. Toen ik 65 werd, heb ik de zaak overgedragen aan mijn zoon Fons.

Tot slot

Ik kende bijna iedereen in Tilligte. De meesten zag je ook op zondag in de kerk. Nu de kerkgang veel minder is, ken ik veel minder mensen; ook veel mensen uit de nieuw gebouwde woningen ken ik niet meer. Ik werk nog graag in mijn bloemen- en groentetuin en kook ook nog altijd voor mezelf.
Met de jongelui op het café bemoei ik me heel weinig. Wel ga ik 's morgens altijd koffie bij hen drinken. Zo nu en dan ga ik op mijn snorfiets naar mijn schoonzuster Rieki aan de Hoogklimmerstraat in Denekamp. En elk jaar dors ik in Tilligte nog op een folkloristische Twentedag. We dorsen dan altijd met een knuppel. Die dag moet ik, als oudste deelnemer, ook openen. Ik ben nu de enige, die van het vroegere groepje, dat bestond uit Jan Koopman, Haamberg, de oude Schöppert en Van de Kieft, is overgebleven. Op ons eigen roggeland heb ik nog met de zeis gemaaid. Om te dorsen kwam Hesselink uit Tubbergen langs en later deed Gerwers dat. Deze Gerwers, die nu allerlei grondwerken in de hele regio uitvoert, is begonnen met dorsen.
 
Noten.
1. Het echtpaar ten Dam-Beijerink kreeg 14 kinderen, waarvan 1 levenloos werd geboren op 7 februari 1915. In dat jaar werd op 21 november nog een tweeling geboren, Johannes en Maria.
2. Nu familie Groeneveld op Roolsboer.
3. Dit was Gerardus Wigger van ‘Wiggerskuper' uit Lattrop, in Tilligte beter bekend als de ‘Licht-Wigger'. Hij was meteropnemer bij het gemeentelijk energie bedrijf en tevens fotograaf.