Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Jaargang 4 nr 6 juni 2017

Website: www.heemkunde-lattrop-breklenkamp.nl

Deze nieuwsbrief wordt u aangeboden door de redactie van de website………………………….
Op deze site vindt u o.a. de rubriek ‘Nieuws/mededelingen’ waarin actuele wijzigingen of aanvullingen worden vermeld. Met deze nieuwsbrief willen wij u op de hoogte brengen van nieuwe artikelen en, waar nodig, om uw medewerking vragen.
Hebt u geen interesse in deze mail dan kunt u zich hiervoor afmelden. Een bericht naar de redactie is voldoende: b.busscher@kpnplanet.nl


Nieuws/medelingen:
Geplaatst op de website:
# In de rubriek Nieuwsbrieven: jaargang 4 nummer 5 mei 2017


Een Hollandse boer in Duitsland…(4)

Tijdelijk in Noord Deurningen…

Halt 500 meter strook zonder vergunning verboden te betredenEnige tijd na de oorlog, ongeveer mei-juni 1945, kwam er aan deze kant van de grens een zône (red. 500 m1 ), die geheel ontruimd moest worden. We zijn toen in Noord Deurningen in een schuur van Frans Vonk getrokken. Het vee hebben we meegenomen. De grond hebben we gebruikt van een Duitser, die deze op Nederlands gebied had liggen.
In die periode werd aan de huizen en boerderijen in de ontruimde zône niets gedaan, zodat alles verwilderde. Aanvankelijk mochten we er niet komen. Later kregen we een speciale pas en mochten we er zo nu en dan naar toe, maar alleen via de officiële grensovergang. Aangezien ik hier aan de grens was opgegroeid, wist ik de weg binnendoor natuurlijk heel goed en maakte ik daarvan gebruik.
Toen ik tijdelijk in Noord Deurningen woonde, ben ik ook eens illegaal de grens overgegaan naar Nordhorn. Bij mijn terugkeer, toen ik nabij de Rammelbeek de groene grens wilde over gaan, werd ik betrapt door Engelse militairen. Ze brachten me naar de officiële grensovergang en leverden me over aan de Nederlandse grensbewakers, die me direct vrij gelaten hebben. Tegelijk met mij werden ook twee Duitse meisjes gepakt omdat ze de grens wilden passeren, maar deze werden naar Lingen gebracht en hebben voor dat feit ongeveer een jaar ‘gezeten’.
Nadat we ruim een jaar in de schuur van Vonk hadden gezeten, mochten we in de zomer van 1946 weer terug naar onze eigen boerderij. Voordat we daarnaartoe gingen, heb ik in Holland nog van alles gekocht, aangezien toen in Duitsland veel minder te koop was. Bij dit afscheid heb ik voor de noabers daar een afscheidsfeestje gegeven. Ik heb een tiental flessen sterkedrank uit Gildehaus gehaald van een ‘brander’ die zuivere ‘Schnaps’ maakte.

Daags voordat we weggingen, toen we nog met mest aan het uitrijden waren, kwamen enkele kommiezen langs, die we op een paar borrels tracteerden. Over het algemeen konden we goed met die lui opschieten en probeerden we ze te vriend te houden. Bij terugkeer van de dienst merkte hun chef dat ze jenever hadden gedronken. Na enig aandringen hebben ze verteld dat ze die bij ons hadden gekregen.
Een tijdje daarna kregen we huiszoeking, waarbij ook de jenever gevonden werd. De kommiezen dachten dat ik die zelf had gebrand, maar ik vertelde dat ik die had gekregen van een Amsterdammer, die ik over de grens had geholpen. Omdat we terug zouden gaan naar Duitsland hadden we ook nog twee bussen koffie, waarover ik enkele oude jassen had gehangen.Grensovergang Rammelbeek bij Denekamp Die hebben ze toen niet ontdekt. Na de huiszoeking moest ik met de kommiezen mee naar het bureau aan de grensovergang Rammelbeek.
Onderweg heb ik nog wel aangeboden de flessen sterkedrank te dragen, maar dat aanbod werd afgewezen. Ze wisten natuurlijk ook wel dat ik dan de flessen ‘per ongeluk’ zou hebben laten vallen. Diezelfde avond heb ik nog een vat bier bij Kuipers gehaald. lk vond het voor de buren jammer dat het allemaal zo gelopen was, want ik wilde die mensen een feestje aanbieden, omdat ze ons in ‘Vonkensschuur’ zo goed hadden opgevangen en voortgeholpen.

Auto grens over…

In 1947 of 1948 heb ik eens een gebruikte auto gekocht met de bedoeling die de grens over te smokkelen. Hoewel ik toen nog geen rijbewijs had haalde ik de auto zelf op. Halfweg Gildehaus ging de aandrijving kapot en heb ik de auto bij een boer op het erf gereden. De volgende dag kwam er een monteur, die de auto gerepareerd heeft. Het was de bedoeling die dag de auto de grens over te brengen. Daarvoor moesten we bij ons door de weide en vervolgens konden we naar onze Hollandse buurman.
Toen ik die avond met de auto bij de weide kwam en het hek opende sprong de zoon van deze buurman, die automonteur was en bij mijn zwager werkte, de auto in en reed er mee weg. Omdat er nog een paar lampjes brandden, wat op afstand was te zien, riep ik "Halt, Halt”. Ondanks dat ging de jongen verder en wilde de grens over, totdat hij zich vastreed. Een oudere broer van hem is er samen met mij naar toe gegaan om daar te wachten op de anderen, die ons zouden helpen de Vrijdijk bij grens Noord Deurningen-Frensdorferhaarauto de grens over te duwen. Na enige tijd hebben we een jongen naar de Vrijdijk gestuurd om te kijken waar de mannen bleven. Even later kwam de jongen terug en vertelde dat de helpers er aankwamen. We stonden nog even met de rug tegen de auto, toen plotseling een ‘Zollbeamte’ voor ons stond met het geweer in aanslag en ons toeriep, dat we met de handen omhoog moesten. De jongen wilde er vandoor, maar ik kon hem nog net vastpakken. Nadat een tweede kommies gearriveerd was, doorzochten ze de auto en de naaste omgeving. Het bleek dat ze op zoek waren naar koffie. Ze dachten namelijk dat we koffie over de grens gebracht hadden. Dat we van plan waren de auto over de grens te smokkelen, hadden ze niet door. We kenden de beide kommiezen wel. Ik vertelde dat ik onderweg was naar een boer in de buurt, die telefoon had. In die tijd hadden nog maar weinigen telefoon. Als er gebeId moest worden gingen we altijd naar die boer. Ik zette uiteen dat ik iemand wilde opbellen in verband met de schuur, die we aan het bouwen waren. Onderweg had ik iemand in mijn weide met een auto zien rondrijden, die ik had geroepen. Verder vertelde ik dat de auto op een gegeven moment vastzat en dat er twee mannen uitgestapt waren, die hard waren weggelopen.
Toen de kommiezen me vroegen welke kant ze waren opgegaan, wees ik ze richting straatweg. "Oh", zeiden ze toen, ”dan zijn het vast Polen geweest”. Daarna vroegen ze nog waarom de Hollandse buren er ook bij waren geweest. ”Nou, die hebben mijn geschreeuw gehoord en dachten dat er een ongeluk gebeurd was. We wilden er net over praten, toen jullie eraan kwamen”. Daarna namen de kommiezen de auto in beslag. Maar toen ze er mee weg wilden rijden, sloeg de motor niet aan. Omdat ook zij wel wisten, dat de jongen, die bij ons was, automonteur was, vroegen ze hem naar de auto te kijken. Aanvankelijk beweerde de jongen, dat hij zo’n soort auto nog nooit onder handen had gehad en dat hij er dus weinig vanaf wist. Later maakte hij de auto toch wel aan het lopen. Toen de kommiezen er mee weg reden raakten ze bij onze boerderij een paaltje, zodat we nog moesten helpen de wagen iets terug te duwen. Na hun vertrek zijn wij ook naar huis gegaan.

Wordt vervolgd…


Registrum Memoriale (vervolg van 5)…

# De Joanna Horsthuis van de fundatie is Johanna Horsthuis (1850-1909), ongehuwde dochter van Hermen Jan Horsthuis (1827-1885) op Olde Reerink en Gezina ten Brink (1814-1870). Groeten, Charles Horsthuis. 
Redactie: Ouders van Johanna: Gezina ten Brink, geb. Breklenkamp (Olde Brookmanshuis nu Aureolustheater) 12 jan. 1814, ged. Ootmarssum (RC), † Lattrop 41 (Olde Reerink) 28 nov. 1870, dr. van Bernardus of Berend ten Brink en Margareta Adelheid Horstkamp, tr. Denekamp 3 (kerkelijk Lattrop (RK) 13) juli 1849 Hermen Jan Horsthuis, geb. Lattrop 41 (Olde Reerink) 27 april 1827, Landbouwer op Olde Reerink, † Lage (Duitsland) 16 mei 1885, zn. van Jannes Horsthuis en Gesina Reerink.
Het Olde Reerink bestaat al lang niet meer. Dit huisje heeft gestaan tussen Reerink/ Reerman (nu Groener) en de school op de Braak.
Erf Duisman in Klein Agelo# Gesina ter Duis ook wel Gezina Dusink was pastoorsmeid in Lattrop en woonde ten tijde van haar overlijden op 3 maart 1897 op de pastorie in Lattrop. Zij was een dochter van Jan ter Duis en Maria Meijer. Gesina werd geboren op 22 februari 1823 in Klein Agelo. Met vriendelijke groet, Gemmi Kienhuis .
Redactie: Jan ter Duis, geb. Klein Agelo (Duisman), † ald., tr. Maria Meijer, geb. Groot Agelo omstr. 1801, † Klein Agelo (Duisman) 7 aug. 1851, dr. van Gerrit Jan Roelofs (noemt zich Meijer) en Hermina Meijer. Uit dit huwelijk o.a.:
Gezina ter Duis (Duzink), geb. Klein Agelo (Duisman) 22 febr. 1823, pastoorsmeid in        Lattrop, † Lattrop 67 (Pastorie) 3 maart 1897.Gezina is dienstmeid bij pastoor F.Th. Weitjens.
Kerkentelling 1881-1886 ‘Pikmaat-kloppen’: Gezina ter Duze onge-huwd geboren in 1823.
De 3 Pikmaatkloppen wonen in het voormalige huisje dat later bewoond zal gaan worden door Johan Koehorst (Kukkert) en zijn vrouw Johanna Maria Koertshuis.
Gezina ter Duis woont er samen met de eveneens ongehuwden Geertruida Pikkemaat *1817 op Pikmoat en Johanna Morsink *1852 op het plaatsje Egberts Jannes.


Uw reactie 1…Klokje Jan Busscher Tilligte
Weer leuke verhalen, van die Duitse boer Rikhof; weet waar hij woonde, Bernhard Kokkeler, kwam na de oorlog veel bij ons, werkte toen bij stoffenzaak Hermelink in Denekamp als verkoper, weet nu dus dat hij alles oppakte wat op zijn weg kwam.
Mijn ouders hebben de eerste tweedehands radio van hem gekocht voor 90 gulden, en later ook een klein keukenklokje dat er nog is en vredig bij ons in de hal tikt en slaat.
Hendrik en Bets Beijerink, heb ik goed gekend. Heel beste kerels en verstandig aan de pijp of dikke sigaar trekkend. Weer mooie verhalen.
Groeten, Jan Busscher Tilligte.


Smokkelen en smokkelaars (2)

Een aframmeling aan de grens…Harm Hendrik Brookhuis geb Scholten (1883-1963) en Lena Brookhuis-Hüseman (1888-1988) op 'Steenkamp' Lattrop

Toen ik bij Povel in de onderhoudsdienst werkte, moesten we ook daken van arbeiderswoningen van Povel in Nordhorn repareren en onderhouden. Dan begonnen we ‘s morgens altijd later, want al te vroeg kon je niet bij de mensen aankomen, dan lagen ze nog in bed. Zodoende kwam ik 's morgens ook later aan de grensovergang, waar het dan rustiger was, omdat de grote stroom arbeiders voorbij was.
Op een morgen kwam ik tijdens zo’n rustige periode bij de grens, waar een beruchte SS-er, die ‘Zwarte Heini’ genoemd werd, bezig was met zijn boterham. Voordat hij me wat gevraagd had, zei ik het nummer van mijn pas (K-121). Dat had ik niet moeten doen, want ik had moeten wachten, tot dat hij me wat gevraagd had. Met een "Kommen Sie mal herein”, nodigde hij me uit het grenskantoor binnen te gaan. Nadat ik de buitendeur en de eerstvolgende deur gepasseerd was, kreeg ik toch een paar klappen met een gummiknuppel, dat ik dacht van de wereld te gaan. Bij het bedrijf aangekomen, heb ik het voorval verteld aan een chef van Povel, die weliswaar een echte nazi, maar toch eerlijk was. Ook mijn vroegere baas Scholten stelde ik op de hoogte van het gebeurde. Dat had ik achteraf beter niet kunnen doen, want toen was het hek van de dam. Wel vijf keer is de Grüne Polizei daarna bij ons aan huis geweest, om NSB burgemeester Jan Adam Eekhof en meester Dingeldein Denekamphuiszoeking te doen, zelfs een keer vergezeld van de Denekampse (NSB) burgemeester (Jan Adam) Eekhof. (foto links)
Ik was net bezig turf van de zolder te gooien, toen ik op een gegeven moment in de richting van de straat keek en het gezelschap zag aankomen. In die tijd liep er een fietspad richting Nordhornsestraat. Ik ging snel de zolder af, pakte de fiets en ging er tussenuit. Ergens in de buurt ben ik zomaar bij mensen binnengelopen, die lid waren van de NSB. Toen de vrouw me vroeg, wat ik had, vertelde ik haar, dat ik last had van mijn maag. Daarop gat ze me een of ander drankje. Inmiddels kwam de dochter binnen en vertelde, dat ze bij Kokkeler, dus bij ons, bezig waren het huis te doorzoeken. Toen begreep de vrouw natuurlijk, dat ik een smoesje had verteld en ze raadde me aan snel de kelder in te gaan, voor het geval ze ook haar huis zouden komen doorzoeken. Dat lag niet zo voor de hand vanwege hun partijlidmaatschap, maar je kon nooit weten. De politie heeft daar inderdaad niet gezocht. Bij ons thuis hebben ze echter alles doorzocht, maar ze hebben niets gevonden. Spullen, die me in moeilijkheden zouden kunnen brengen, bewaarde ik nooit thuis. Ook buiten in de tuin en achter in een wal hebben ze gezocht, maar ook daar was niets te vinden.
Ik ben er van overtuigd dat, als ze me te pakken hadden gekregen, ik dit niet overleefd had, want ze wilden me kapot hebben. Thuis liep ik altijd rond met een wapen op zak en als het echt gevaarlijk was, had ik het gebruikt. Overbodig te vermelden, dat ik na dit voorval tot aan het einde van de oorlog niet meer over de grens ben geweest. Na de oorlog toen de man, in wiens huis ik in de kelder gezeten heb, voor de rechtbank in Almelo moest verschijnen vanwege zijn NSB verleden, heb ik voor hem getuigd en gezegd, dat ik mijn leven aan hem te danken had.

Joodse vluchtelingen…

Voor de oorlog heb ik nogal eens te maken gehad met Duitse joden, die hun vaderland wilden ontvluchten en dus over de groene grens gebracht moesten worden. Meestal werd dat vooraf geregeld door de oudste zoon van de Denekampse slager Lutze Elkus. Als er wat gebeuren moest, belde boer Schütmann, die pal aan de grens woonde, ons op om de gevluchte joden daar vandaan te halen. Van Schütmann brachten we de vluchtelingen naar de boerderij van Wolters (Kloompn). In het begin wisten we niet goed, waar we verder met die mensen naar toe moesten. Iemand gat ons toen de raad eens te gaan praten met kapelaan Bolscher van de St. Nicolaasparochie.Kapelaan Bolscher met motor bij de Josefkerk in Noord-Deurningen
Deze raadde ons aan contact op te nemen met landbouwer Bekker in de Knik. Vanaf die tijd brachten we de Duitse joden daarheen. Op het laatst zag men ons zo vaak met vreemde mensen, dat het begon op te vallen. Toen heb ik Elkus verteld, dat ik er mee wilde stoppen. Van de NSB-ers hadden we nog geen last, maar wel van mensen, die er steeds over begonnen te praten. Tenslotte was het onwettig wat we deden, we hielpen immers illegaal binnengekomen buitenlanders.
Elkus verzocht me toen nog een keer naar Nordhorn te gaan om er twee kinderen van de daar wonende Süskind op te halen. Die mensen woonden in de Zaandstei. Toen ik er ‘s avonds kwam, vertelde ik hun dat Lutze Elkus me gestuurd had om de kinderen op te halen. De afspraak was kennelijk niet goed geweest, want ik merkte dat ik de mensen ermee overviel. Daarom stelde ik voor de volgende dag op ongeveer dezelfde tijd opnieuw te komen, maar dan moesten de kinderen wel klaar staan.
De volgende dag stonden de beide kinderen inderdaad klaar voor vertrek en zette ik er een achter en een voor op de fiets. Ik reed achter langs waar nu het zwembad is, door de ‘Förster’s Dan’n’ en zo naar de Greun aan de Duitse zijde van de Vrijdijk. Daar lag het bouwland ongeveer anderhalve meter hoger dan de Vrijdijk, zodat het daar gemakkelijk te overzien was. Daar werden we niet zo gauw verrast, tenzij de douane op ons loerde. Vanaf de Vrijdijk liep die weg naar ons ouderlijk huis en als ze daar geen licht maakten was alles veilig, zo was afgesproken. Die avond ging alles goed en kreeg ik de beide kinderen ongedeerd de grens over. Later in de avond haalde Lutze Elkus de kinderen bij ons af.
Na de oorlog kwam hier eens een jongen, die vroeg of ik hem nog kende. Ik had geen flauw idee wie hij was of waar ik hem eerder had moeten zien. Vervolgens vroeg hij me of ik me nog kon herinneren, dat ik hem en zijn zus eens per fiets had opgehaald uit Nordhorn. Toen ging me een licht op en ik zei tegen hem, dat hij dan Süskind moest zijn. Daarna vertelde hij dat hij en zijn zus tijdens de oorlogsjaren in een gezin in Enschede waren geweest en dat zijn donkere haar toen rood was geverfd. Hij bedankte me nog vele keren en vertelde dat van de hele familie alleen hij en zijn zuster de oorlog hadden overleefd.                                                                                                                                                                                                      Wordt vervolgd…


Foto onbekend…

Foto archief Schröder op Booemhuis in Lattrop

Deze foto komt uit het archief van de familie Schröder op Boomhuis in Lattrop en is waarschijnlijk gemaakt in de periode 1919-1924. De namen van de man en vrouw zijn niet bekend maar het ligt voor de hand dat we die moeten zoeken binnen de families Alink of Schröder. In 1914 trouwt hier Bernardus Schröder uit Hesingen met Maria Geziena Alink. Dit zijn de ouders van Sientje, Johan en Gerard. Van Sina Alink is een foto, zie inzet, maar veel gelijkenis zien we niet. In 1920 is Bernard 45 jaar en Sina 34. De man en vrouw op de foto lijken ouder te zijn.
Of daarvoor haar ouders: Gerhardus Alink met Maria Pikkemaat, huw. 1884, Denekamp. Gerhardus overlijdt in 1915 en Maria Pikkemaat in 1889.
Of zijn ouders: Willem Joannes Schröder met Maria Hendrika Hannink, huw. 1870, Tubbergen. Willem overlijdt in 1914 en Maria in 1893. De foto’s zouden dan gemaakt zijn voor 1889 en 1893.
Herkent u deze man en vrouw? Meld het ons.


Registrum Memoriale (6)…

Fundatie van Gerardus Joannes Haamberg

Bij schrijven van 18 Maart 1912 No 318 heeft zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. H. van de Wetering, Aartsbisschop van Utrecht, aan het R.K. Par. Kerkbestuur van Latterop machtiging verleend, te aanvaarden de som van duizend gulden (f 1000), onder de volgende verplichting:
Bidprentje Gerardus Joannes HaambergDat gedurende veertig jaren voor de jaarlijks opgekomen rente jaarlijks in de Kerk te Latterop na voorafgaande afkondiging zullen worden gelezen acht H.H. Missen voor de zielerust van Gerardus Joannes Haamberg, onder bepaling, dat het kapitaal op soliede wijze rentegevend zal moeten worden belegd als fonds der fundatie, welke tevens bij genoemd schrijven wordt bekrachtigd. Dit kapitaal van f 1000 is belegd in:
No 6345 zevende Serie. Aangekocht met vervallen rente en onkosten voor f 1018,03.

Fundatie de Wed. Euphemia Haamberg geb. Oortman

Bij schrijven van 25 Juli 1912 No 891 heeft Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. H. van de Wetering, Aartsbisschop van Utrecht, aan het R.K. Par. Kerkbestuur van Latterop machtiging verleend te aanvaarden de som van driehonderd gulden (f Bidprentje Euphemia Oortman300) onder de navolgende verplichting dat gedurende veertig jaren in de Kerk te Latterop gelezen worden jaarlijks drie H.H. Missen voor de zielerust van de Wed. Euphemia Haamberg geb. Oortman, onder bepaling, het kapitaal op soliede wijze rentegevend zal moeten worden belegd als fonds der fundatie, welke tevens bij genoemd schrijven wordt bekrachtigd. Als stipendium voor de jaarlijkse verplichtingen wordt door de Aartsbisschop vastgesteld de jaarlijks opkomende rente.
Dit kapitaal van f 300 is belegd in: Eén effect: 4½% Obligatie Podolische ….. No 39271.
Aangekocht met vervallen rente en onkosten voor f 289,51.
Gerardus Joannes Haamberg, geb. Lattrop 100 (Nijlandshuis) 4 sept. 1838, ged. Lattrop (RK) 4 sept. 1838, † Lattrop 17 (Rothuis) 1 jan. 1907, begr. Lattrop (RK kerkhof) 5 jan. 1907, zn. van Joannes Henricus en Anna Maria Rothuis, tr. Denekamp 14 mei 1866 Euphemia Oortman, geb. Breklenkamp (De Wever) 24 febr. 1842, ged. Lattrop (RK) 24 febr. 1842, † Lattrop 17 (Rothuis) 8 juni 1912, begr. Lattrop (RK kerkhof) 11 juni 1912, dr. van Johannes Hendrikus en Gezina Olde Scholten.

Fundatie Hermannus Joannes Keukeler en Joannes KeukelerHermannus Keukeler op Oude Beernink Lattrop 1841-1912

Op dato 23 Juli 1912 was aan Z.D.H. Mgr. Henricus van de Wetering Aartsbisschop van Utrecht, door het R.K. Par. Kerkbestuur machtiging gevraagd te aanvaarden een som van twaalfhonderd-en-vijf gulden en 25 cents (f 1205,25) onder verplichting de ene helft der opkomende rente van het solied te beleggen kapitaal ter hand te stellen aan den tijdelijken Pastoor van Latterop, om daarvoor telken jare gedurende zestig jaren na voorafgaande afkondiging in de Kerk van Latterop te lezen vijf H.H. Missen voor de zielerust van Hermanus Joannes Keukeler en de andere helft telken jare uit te keeren aan Joannes Keukeler, landbouwer, woonachtig te Latterop, zoodat na den dood van genoemden Joannes Keukeler de andere helft der rente van genoemd kapitaal insgelijks moet gegeven worden aan den tijdelijken Pastoor van Latterop om daarvoor telken jare gedurende zestig jaren te rekenen met den dag van overlijden voor de zielerust van Joannes Keukeler, na voorafgaande afkondiging vijf H.H. Missen in de Kerk te Latterop te lezen.
Zal echter het kapitaal f 1205,25 met of buiten schuld van het R.K. Par. Kerkbestuur van Latterop of op welke wijze ook verloren gaan, dan houden tevens alle boven omschreven verplichtingen op.
Weshalve het R.K. Par. Kerkbestuur van Latterop bij dezen Uwe Doorluchtige Hoogwaardigheid eerbiedig verzoekt bovengemeld kapitaal groot twaalfhonderd en vijf gulden en 25 cents (f 1205,25) onder omschrevene verplichtingen te aanvaarden.
Op dit schrijven ontving het R.K. Par. Kerkbestuur van Mgr. H. van de Wetering, Aartsbisschop van Utrecht, op 30 Juli 1912 No 920 de gevraagde machtiging luidende:
Bidprentje Joannes KeukelerBoven aangevraagde machtiging wordt bij deze door ons verleend onder de bepaling, dat hiervan onder aangeven van nummer en dagteekening melding worde gemaakt op de eerstvolgende Begrooting alsmede op de Rekening en Verantwoording in margine. Het kapitaal zal op soliede wijze rentegevend worden belegd als fonds der fundatie, welke Wij tevens bekrachtigen.
Van deze fundatie zal nauwkeurig aanteekening in het daarvoor bestemde Register worden gehou-den en bij de jaarlijksche Rekening verantwoording gedaan.
Dit kapitaal van f 1205,25 is belegd in twee effecten Poolische spoor 4½%; welke met vervallen rente en onkosten gekost hebben te zamen: f 1157,50 en zijn gemerkt met de nummers 11226 en 11227.
N.B.: Joannes Keukeler is den 27 September 1912 te Latterop overleden.

Hermannus Johannes Keukeler, geb. Lattrop 13 (Oude Beernink later Schiphorst) 1 april 1841, ged. Lattrop (RK) 1 april 1841, † Latrop 9 (oude Beernink) 28 april 1912, begr. Lattrop (RK kerkhof) 2 mei 1912, zn. van Hermanus en Gezina Groeneveld.
Joannes Keukeler, geb. Lattrop 13 (Oude Beernink) 3 maart 1843, ged. Lattrop (RK) 3 maart 1843, † Lattrop 9 (oude Beernink) 27 sept. 1912, begr. Lattrop (RK kerkhof) 1 okt. 1912, zn. van Hermanus en Gezina Groeneveld.


Missie Zelatricen Lattrop-Breklenkamp

Missiezelatricen Lattrop-Breklenkamp

Achterste rij vlnr:
1 Annie Pikkemaat (van Frans en Dika) Lattrop 2 Marietje Scholten (Egbers) Lattrop 3 Marietje Arens (Bergsmid) Lattrop 4 Femie Hulsmeijers (Koetscher) Breklenkamp 5 Annie Zwiep (Krake) Lattrop 6 Annie Bruggink (Kaptein) Lattrop.
Voorste rij vlnr:
7 Sina Warmes Breklenkamp 8 Annie Wassink Breklenkamp 9 Lies Niehof (Koole Herman) Lattrop 10 Truus Oortman (Wewwe) Breklenkamp.


23. Verkoopakte: 01-08-1845

   Hofste op ‘Oude-Boomhuis' (nu Pikkemaat-VeldJan)

Transcriptie Henk Hofste

 

Door: Jan Berend Hofste, landbouwer te Lattrop, huurder op het Oude Boomhuis, de verkoper.

Van:  Huismeubels, vee en veldgewas bevindende en staande op zijn in huur bewoond wordend plaatsjen Oude-Boomhuis te Lattrop en hem toebehoren­de.

Aan:

I Veldvruchten op ‘Den Oorbuld’:

Hofste op Oude-Boomhuis nu Pikkemaat-VeldJan Lattrop (2)

                       Hofste op Oude-Boomhuis nu Pikkemaat-VeldJan Lattrop (1)                                                 

Vimme            : 30 gas (tegen elkaar gezette garven koren) van elk 4 garven, dus 120  garven of schoven.            Wagenledder : borden op de zijkanten van de wagen, gesteund door stalen rongen.

Op de lijst van huismeubels staan enkele benamingen waarvan de betekenis ons niet meteen duidelijk is. Zoals hekel, spinhekel, voetje, rommelam, leupen, een vet, snijlamp en balie. Wie weet de betekenis hiervan?Maatman op Klein Dasseler Lattrop 2016
Jan Berend Hofste is gedoopt op 6 juni 1796 en geboren op het erf Hofste in Lattrop. Van beroep is hij landbouwer en timmerman. Hij trouwt op 9 juni 1832 met de weduwe Joanna Olde Sanderink-Tijink, gedoopt op 12 juni 1798 en geboren op het Olde Mollendijk in Breklenkamp.
Bij hun huwelijk woont zij al op dit boerenplaatsje. Zowel het 1e als 2e huwelijk van Joanna blijft kinderloos. Joanna overlijdt op 22 januari 1845. Reden voor Jan Berend om het Oude Boomhuis te verlaten en hij gaat alleen wonen op het plaatsje Fransen Jan-Berend nabij zijn ouderlijke boerderij waar hij in 1866, oud 70 jaar, overlijdt. Het Oude Boomhuis, later Veld-Jan, is eigendom van Hendrik Boomhuis evenals de boerderij Boomhuis waar hij geboren is en de boerenplaatsen Oude Boomhuis of BekJan en Pandoer in Lattrop, Warmink (Warmes) in Breklenkamp en de Kniep in Tilligte.


Uw reactie 2…

Guten Tag, mein Name ist Thorsten Boomhuis und ich forsche seit längerem über die Herkunft meines Namens. Leider bin ich der niederländischen Schriftsprache nicht mächtig so dass ich hoffe, Ihnen auch in Deutsch schreiben zu können. Gerne können Sie mir jedoch in niederländischer Sprache antworten. Ich durchstöbere regelmäßig mit großer Begeisterung ihre tolle Homepage und bin natürlich besonders an Artikeln mit und über den Namen Boomhuis interessiert. Bei der Analyse zur Herkunft des Namens Boomhuis habe ich unter anderem begonnen zu untersuchen: 1. Verbreitung 2. sprachliche Herkunft 3. Zeitliche Herkunft 4. örtliche Herkunft 5. Varianten 6. Herkunft 6a. Boombakspieker Breklenkamp 6b. Gerichtsbaum 6c. Türriegel 6d. Baumhaus 6e. Besonderer Baum 6f. Das Boomhuis des Boomknechtes 6g. Schlafstätte am Schlagbaum 6h. Runneboom Im Ergebnis dürfte der Name Boomhuis von einem Durchlass in einer Landwehr stammen, bei dem es einen Hof gab. Vor diesem Hintergrund meine Fragen: wo genau in Lattrop befand sich das erve Boomhuis?  Haben Sie Hinweise auf eine Landwehr an dieser Stelle? Wenn ja, war es eine Verteidigungslandwehr -eine Landwehr zum Schutz einer Siedlung- eine Landwehr als Schutz oder Blockade eines Weges, vielleicht der Vlaamschen Straat? Ich würde mich über jede Rückmeldung, gerne auch zu vorhandenen Quellen, freuen. Sollten Ihnen Kosten entstehen, komme ich gerne für deren Erstattung auf! Freundliche Grüße! Thorsten Boomhuis Nordhorn.

Stamboom Boomhuis Nordhorn

Zo begint de mailwisseling met hem over de familienaam Boomhuis in Lattrop.
Een verre voorouder van Thorsten, de vader van Jan Harm Tiel Boomhuis, is geboren in Lattrop. Thorsten is de 6e daarop-volgende generatie. In een volgende nieuwsbrief meer hierover.


Uw reactie 3…

Is de info over de Kuijers familie in een boekwerkje verschenen? Ik ben Willem Kappe geboren 1942 in Staphorst provincie Overijssel. Ik heb veel onderzoek gedaan naar de Kuijers familie in Amerika. En heb ook contact gehad met de uitgebreide Kuyers familie in de USA. Vooral in Michigan wonen veel nazaten van Peter Klaas Kuijers en Geertje Lamberts Boer. Wie is er met de Kuijers genealogie bezig? Ik kom graag met hem of haar in contact. Met vr.gr van Willem Kappe, Nijkerk Neth. 


In de volgende nieuwsbrief…

Foto archief Roeleveld op Wolkotte in Noord Deurningen

Deze foto komt uit het archief van de familie Roeleveld (Wolkotte) in Noord Deurningen en is gemaakt op een bruiloft.
We zijn op zoek naar de namen.