Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Jaargang 4 nr 12 december 2017

Website: www.Heemkunde-Lattrop-Breklenkamp.nl.

Deze nieuwsbrief wordt u aangeboden door de redactie van de website………………………….
Op deze site vindt u o.a. de rubriek ‘Nieuws/mededelingen’ waarin actuele wijzigingen of aanvullingen worden vermeld. Met deze nieuwsbrief willen wij u op de hoogte brengen van nieuwe artikelen en, waar nodig, om uw medewerking vragen.
Hebt u geen interesse in deze mail dan kunt u zich hiervoor afmelden. Een bericht naar de redactie is voldoende: b.busscher@kpnplanet.nl


Nieuws/medelingen:
Geplaatst op de website:
# In de rubriek Nieuwsbrieven: Nieuwsbrief 2017-11.
# In de rubriek Kerkgeschiedenis is toegevoegd: Registrum Memoriale.
# In de rubriek In gesprek met… is toegevoegd: BH Kokkeler in Denekamp.


Toite=meijer of Teutemeijer bij Denekamp (slot)…

Teutemeijer in Heijlo.

De families Teutemeijer (Meijer) blijven in Twenthe. Toch komt er een Albert Teutemeijer voor in Heiloo, zuidelijk van Alkmaar. Een zekere Albert Teutemeijer treedt in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Hij monstert aan op het zeilschip ‘Vrouwe Maria Jacoba’ en vertrekt op zaterdag 18 juli 1767 vanaf Hoorn naar Batavia. Op woensdag 16 december, 151 dagen na het vertrek, komt het schip en bemanning aan op Kaap de Goede Hoop. Hier blijft het schip 54 dagen liggen. Op maandag 8 februari 1768 worden de zeilen gehesen en 113 dagen na vertrek van de Kaap komt het schip op 31 mei 1768 aan in Batavia. Het schip en bemanning is dan 318 dagen onderweg geweest.

Albert Teutemeijer, in dienst van Verenigde Oostindische Compagnie

Nu is de vraag of dit dezelfde Albert Teutemeijer is die in 1770 trouwt met Johanna Tijkotte en ca. 1786 overlijdt. Deze Albert is geboren in 1744 en bij vertrek uit Hoorn zou hij dan 23 jaar zijn en ca. 26 jaar als hij op 23 augustus 1770 terugkeert. Echter… op onderstaand document staat vermeld: ‘… 15 aug: 1768 BH: Dat sonder testament of goederen na te laten, is overleden…’. De Maria Jacoba ligt dan nog in de haven van Batavia of is op de terugreis naar Hoorn. In het laatste geval zal hij een zeemansgraf hebben gekregen met de woorden ‘1-2-3 in Godsnaam…’.
Deze familienaam heeft zich vanaf 1714 ontwikkeld van Toite naar Toitemeijer, dan Teutemeijer en de laatst bekende familienaam is Meijer.
Het kan zijn dat nakomelingen van Meijer op Arendsboer in Lattrop nog in leven zijn. Informatie hierover kunt u zenden naar b.busscher@kpnplanet.nl
Bron: www.zuiderzeehoorn.nlDe Vrouwe Maria Jacoba
Historie van het schip ”De Vrouwe Maria Jacoba”.
De Vrouwe Maria Jacoba van 880 ton werd in 1765 op de werf van Verenigde Oost-Indische Compag-nie van de Kamer van Hoorn gebouwd. Het schip maakte drie reizen naar Oost-Indië. De eerste reis vertrok het schip op 18-07-1767 vanaf de rede van Texel. Het keerde op 23-08-1770 hier terug. De waarde van de lading bedroeg fl. 123.088 voor de kamer van Hoorn en fl 86.211 voor de Kamer van Enkhuizen. De schipper was Klaas Ariensz.
De tweede reis vertrok het schip op 17-01-1772 en keerde terug op 25-05-1773 met lading met een waarde van fl. 176.576 voor de kamer van Hoorn. De schipper was Pieter Mooy.
Op de derde reis vertrok het schip op 12-06-1774 met schipper Pieter Dekker en keerde daarna niet meer naar Holland terug. Het schip werd opgelegd (1) in Indië op 31-12-1780. Kennelijk is de Maria Jacoba hier de laatste 6,5 jaar gebruikt voor de lokale handel.
Noten:
Scheepsbel van het VOC-schip de Vrouwe Maria Jacoba(1) Schepen die niet zeewaardig genoeg meer waren om de reis terug naar Holland te volbrengen of eenvoudig niet meer nodig waren werden opgelegd. De kostbare voorwerpen, zoals hier de scheepsbel, werden vaak mee teruggebracht naar Holland.
Het opleggen van de “Vrouwe Maria Jacoba” zou ook door het aangrijpen van de Hollandse koopvaardijvloot door Engeland van invloed zijn geweest. Deze ontaarde in de Vierde Engelse Oorlog van 1780 welke tot 1784 duurde. Tijdens deze oorlog was de handel op Oost-Indië nagenoeg stilgelegd.
Links: de scheepsbel van het VOC-schip de Vrouwe Maria Jacoba.


Maquette boerderij Beijerink (Baijerman) in Tilligte…

Jan Hendrik (Jan) Effing is in 1921 geboren in Haaksbergen, zoon van Herman Effing en Dina Weegerink en trouwt met Maria Gezina Geertruida (Marietje) Beijerink, geboren op 20 december 1922 in Dulder (Saasveld), dochter van Antonius Frederikus (Toon) Beijerink en Maria Geertruida Oude Lashof.  Toon Beijerink is geboren op Baijerman en een broer van de ongehuwden Gerard, Hendrik en Bets. Marietje, een nichtje van deze broers, erft de boerderij in Tilligte.
Jan maakt een gedetailleerde maquette van de boerderij, ook van het binnenwerk, dat te zien is door een afneembare kap. Het model, met stolp van plexiglas, was in bewaring bij de Heemkunde Denekamp en staat sinds kort in het Parochie-/dorpshuis Terra Nova.

Maquette Beijerink (Baijerman) Tilligte (door Jan Effing) 1Maquette Beijerink (Baijerman) Tilligte (door Jan Effing) 2


 

 

 

 

 

 

 


Over de schoolkwestie te Lattrop (6)…

Pa­tet. 2.

Vraagarticulen om daar op ter instantie van Evert Hof­ste, Jan Wigger, Jan Leferink en Egbert in Olde Leferink, na voor­gegaane wettige citatien, erinneringe van de zwaare straffe der meineeds, gerichtelijk onder eede te hooren: 
Hermen Hindrik Damhuis, Hendrik Kokkert, Hermen Kuijlen en Jannes Rothuis, alle te Lattrop.
1. Ouderdom en verwantschap te vraagen?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard 56 jaar oud en met produ­centen onverwand te wesen, uit genomen Egbert in Olde Leferink is de half­broeder van de vrouw van getuige. Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard ongeveer 28 jaar oud en met de producenten onverwand te wesen.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard aan de 40 jaren oud te wesen en aan de producenten onverwand.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard aan de 60 jaren oud en onverwand te wesen.
2. Zijn de getuigen in de maand december 1795, wanneer de boermannen van Latteruppe in de schoole vergadert waaren om over markezaaken te spreeken, toen ook aldaar niet tegenwoor­dig geweest?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, in de maand december op Thomasdag 1795, wanneer de boermannen van Latte­ruppe in de school vergadert waaren om over markezaaken te spreeken, ook aldaar tegenwoordig geweest te zijn.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
3. Is de vrouw van den heer Bentinck tot Brekkelenkamp toen daar mede tegenwoordig geweest?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat de vrouw van den heer Bentinck tot Brekkelenkamp toen daar ook tegen­woordig geweest is.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
4. Is bij die gelegendheid door de vrouw van de gemelden heer Bentinck en den schoolmeester Jurrien Bonke niet gesproken en heftig gedisputeerd geworden over het recht van eigendom van de grond waarop die schoole staat?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat bij die gelegenheid door de vrouw van gemelden heer Bentinck en den schoolmeester Jurrien Bonke gesprooken en heftig gedisputeerd is over het recht van eigendom van den grond waarop die schoo­le staat.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
5. Heeft gedagte mevrouw Bentinck toen niet opentlijk gezegd:   `de schoole moet hier vandaan, die staat op mijn grond', of dergelijke zinhebbende woorden?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat de gedag­te mevrouw Bentinck toen opentlijk gezegd heeft, "de schoole moet morgen hier vandaan, dien staat op mijn grond".
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard,hetzelfde als de eerste getuige.
6. Is niet door Jan Wigger, medeproducent in dezen, aan den schoolmeester Bonke gevraagd of hem dan de kachgel ook toebe­hoorde?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat door Jan Wigger, medeproducent in dezen, aan den schoolmeester Bonke gevraagd is of hem dan den kachgel ook toebehoorde.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
7. Heeft de schoolmeester Jurrien Bonke, toen aldaar op niet gezegd; "de schoole behoord mij, maar den kachgel aan de boeren".?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat de schoo­lmeester Jurrien Bonke toe daar op gezegd heeft, de schoole behoorde hem, maar de kachgel was hem door de boeren tot zijn gebruik in de schoole gegeven.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, dit niet te kunnen zeggen en niet te weten.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, dat de schoolmeester Jurrien Bonke toen daar op gezegd heeft, de schoole behoorde hem, maar de kachgel was met het gemeene markengeld betaald.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, dat de schoolmees­ter Jurrien Bonke toen daar op gezegd heeft, de school behoor­de hem, maar de kachgel aan de gemeente.
8. Hebben daarop de boermannen van Latterup, bij zeer verre de groote meerderheid, niet goedgevonden en beslooten om hunnen  daarin staanden kachgel daaruit te neemen, om niet geruineerd of bedorven te hebben?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat de boer­mannen van Latterup bij zeer verre de grote meerderheid, daarop goed gevonden en beslooten hebben om hunnen daarin staanden kachel daaruit te neemen, om denselven bij het afbre­ken van de schoole niet meede geruineerd of bedorven te hebben en denzelven zoo lange te verplaatsen totdat er weer een nieuwe algemeene school zoude getimmert worden.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
9. Is daar op door producenten, op verzoek of met goedvinden van gedagte groote meerderheid der boermannen van Latterup dien kachgel met desselvs pijpen daar niet uitgenoomen?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat daarop door producen­ten op verzoek en met goedvinden van gedagte groote meerderheid der boermannen van Latterup de kachgel met desselvs pijpen daaruit genoomen is.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, zulks niet te weeten en niet te kunnen zeggen.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, het gevraagde niet gehoord te hebben.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, zulks niet te weeten.
10. Is dit wegneemen van dien kachgel en desselvs pijpen toen niet geschied zonder verder eenige schaade aan de school toe te brengen?
Eerste getuige (Herm Hindrik Damhuis) verklaard, dat dit wegneemen van dien kachgel en desselvs pijpen toen geschied is zonder verder eenige schaade aan de school toe te brengen.
Tweede getuige (Hendrik Kokkert) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.
Derde getuige (Hermen Kuijlen) verklaard, hem niet bewust te zijn dat bij het wegneemen van den kachgel en desselvs pijpen eenige schaade aan de school geschied is.
Vierde getuige (Jannes Rothuis) verklaard, hetzelfde als de eerste getuige.

Wordt vervolgd…


Bijeenkomst Veekas Tilligte bij café Tijink 1934…

Bijeenkomst Veekas Tilligte bij café Tijink 1934Bovenste rij vlnr nrs 1 t/m 14:
1 Meike Borgerink-Tijink (Loeksboer x 44) 2  3  4  5  6 Trui Baalhuis-Tijink 7 Jan Tijink (café) 8 Marie Tijink-Haafkes (x 7) 9 Meike Brunninkhuis-Wigger (Möllers Meike) 10  11  12  13 Gerard Brunninkhuis (Möllers Gerard) 14 Jan ten Dam (Getskaamp)? 
Middelste rij vlnr nrs 15 t/m37:
15  16  17 Trui Rikkink-Olde Nijhuis 18  19 Meike Leeferink-Rekers (Waterkupers Meike) 20 Hanna Borggreve-Baalhuis (Boarnk-Geert) 21  22  23 Gerard Nijhuis (Borgerink bij Wynia monument) 24  25 Gerard Pierik 26 Trui Pierik-Rikkink (x 25) 27 Gerard Busscher 28 Marie Busscher-Reerink (x 27) 29 Johannes Loman (Veldschoelt) 30  31  32  33 34  35  36 Bets Haamberg (Koapmans Bets) 37
Onderste rij vlnr nrs 38 t/m 61:
38  39 Frans Hesselink (Kapôtter) 40  41  42 Bernard Roelofs (ool Lankaamp) 43  44 Johannes Borgerink (Loeksboer) 45 …Rikkink (’t Huuske, broer van Gerard) 46 Johannes Kienhuis (ool Mensink) 47  48  49 Greads Ribberink (Möschoes) 50 Meike Ribberink-Oude Lashof (x 49) 51  52  53 Jens Kuipers (Snieders Jens) 54  55  56 Greads ten Brink (ool Kienhoes) 57 Jo Tijink (Stengk Jo?) 58 Berendina Maria Groeneveld (x 56) 59 Bernard Lansink (Kniep) 60 Leida Lansink-Beijerink (Kniep Leida x 59)  61
Herkent u nog iemand? Geef de namen dan aan ons door.


G.J. Voorhuis Hengelo(O) (3)…

Hoofdstuk 3

Boerderij Timmersboer in Volthe (bewoners fam Voorhuis-Weusthof)Ik beschrijf nu mijn ouderlijk huis het erve Timmersboer en hoe het aan de naam Timmers kwam. Wij woonden in ‘den Linderhoek’ in Volthe op huisnummer 25. We hadden een boerderijtje van ongeveer tien hectare grond. Misschien is het interessant om even de grondnamen op te schrijven. Bij het huis was 'n Goardn, dan de esgronden, bouwland ‘de Hoelsbrei’, 2,5 mud land ‘de Lange voer’, 2,5 mud land ‘'n Greun'n weg’, zo'n striepke ‘ 'n Helweg’ 1 mud land. Verder grasland, het ‘Beslag’ een weide achter ‘ 'n Hunenborg’ in Tilligte, dat was een gezamenlijke weide; van ons 3/8 deel, Scholten Linde ‘Schreur’ had 2/8, Veldhuis had 2/8 en Munk Oude Veldhuis 1/8. Tezamen dus acht dagwerk groot. Verder nog ‘ 'n Veeldkaamp’, ‘ 't Reegnweenkel’ bij de ‘Pandoer’. Verder aan woeste grond ‘'t Dolle gat’ in het Voltherbroek. Nog enkele percelen in het Lage Broek en een perceel in het Hoge Broek achter het kanaal. Verder nog 'n wild maatje bij ‘Hut'n Jan’, vandaar ‘Hutt'n meutke’ en nog twee wilde maatjes in het ‘Agelerbroek’.
We hadden 1 paard, 4 koeien, enkele vaarzen en pinken, varkens en kippen.Jonkman Henricus  1837-1911 wv G Timmers
Ik ben geboren in een ‘los hoes’ waarin het 's winters erg koud was. Mijn vader kwam uit Geesteren en moeder uit Tilligte. Hoe kwamen zij op de boerderij Timmersboer? Op die boerderij was omstreeks 1900 een weduwnaar Hendrikus Jonkman op Timmers, waar mijn moeder als huishoudster was. Die Jonkman zijn vrouw heette Timmers, misschien zijn dat de eerste bewoners geweest van die boerderij. Waarschijnlijk is die Jonkman daarbij in getrouwd. Dat wordt erg geloofwaardig daar er in de ‘bovenkamer’ nog twee zusters van zijn vrouw hebben gewoond. Dat waren ‘klöpkes’ zo heeft moeder meermalen verteld. Deze Jonkman heeft ook nog enige tijd bij ons ingewoond. Moeder heeft toen de boerderij van hem geërfd?/gekocht? en daarna is ze getrouwd met Gerardus Pikkemaat, later met mijn vader. Tot zover mijn herinneringen over het erve Timmersboer.

Hoofdstuk 4

Meester plecht in RossumNu volgt een korte beschrijving over mijn schooljaren. We gingen in Rossum naar school; dat was een zesklassige school van drie lokalen met drie leraren. Het hoofd van de school, Meester Plegt, was een zeer gezien man. Hij was lid van de Provinciale Staten en promotor op het gebied voor het verbeteren van de boerenbedrijven. Hij was ook de man die de grootste druk uitoefende voor de oprichting van de melkfabriek. Hij gaf landbouwcursussen en belegde vergaderingen omtrent het gebruik van kunstmest, verbetering van stalling voor het vee, de zogenaamde ‘Had'n stal’ etc…
In het tweede lokaal zat Meester Horsthuis en in het derde lokaal zat Meester Roelofs. Hij was later Hoofd van de R.K. school van de ‘Onze Lieve Vrouwenparochie’ te Hengelo (later was Meester Helthuis hoofd).
We moesten een half uur lopen en we gingen 's middags altijd naar huis eten, dus moesten we per dag twee uur lopen. Maar daar gaven we niets om, het was zelfs leuk. Vooral na school 's middags op weg naar huis. Dan werd er van alles uitgehaald; slootjespringen, vogelnesten uithalen, ruzie maken, klootschieten en knikkeren maar dan deden we er nog een klein uurtje over. Onze schoolweg (ieder weggetje had zijn eigen naam) was als volgt: eerst kwam ‘ 't Hoondenveeld’, dan over ‘ 't Vlag’, verder 't Goasweenkel’, ‘ 'n Greun'n weg’ en dan ‘ 't Maallaand’ of ook wel ‘ 'n Reijinkspad’.
Nu iets over de kinderspelen uit die tijd. Nou ja, dat is te veel om op te schrijven. Bijvoorbeeld verstoppertje, hinkelen, slootjespringen enz… Maar later als je in de hoogst klassen zat, vermaakte men zich al met andere vermakelijkheden als bijvoorbeeld: hoogspringen, touwklimmen, met centen streepje gooien of ‘botker’, klootschieten, schaatsen en vooral 's zomers uren rondlopen in de bossen, heidevelden of in Het Broek waar veel vis was, en die een uitgebreide schaal aan wild en gevogelte bezat, zelfs de roerdomp en de korhoenders kon je geregeld zien. Ook veel uilen, bosuilen en meer soorten vogels. Uiteraard zijn er nog veel meer dingen over mijn jeugd en schoolleven te vertellen maar ik wil het er hier maar bij laten.

Wordt vervolgd…


Algemeen Handelsblad 15-06-1842

Algemeen Handelsblad 15-06-1842


Vijf jaar grensbewaking (2)…

Uitrusting, kleding en betaling…

B.Tijkorte (Witke) kruidenier Oude Dijk-Berghumerstraat 1Onze uitrusting bestond in die tijd uit een karabijn, later een pistool, een zaklantaarn en wat schrijfgerei. Douaneambtenaren die dienst deden aan de officiële grensovergangen, in stations en in treinen waren gedeeltelijk geüniformeerd, maar bij velddienst was je nog in burger. In die tijd kregen we kledinggeld, maar als je een cape gekocht had, was het geld voor het hele jaar ongeveer op. ln de beginperiode verdienden we minder dan arbeiders in de textielfabriek. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader, die in de textiel werkte, eens zei: "Jonge, jonge, wat maak je eigenlijk klaar bij de kommiezen, bij ons kun je veel meer verdienen”. Voor mij was echter de toekomst belangrijker.
In 1946 kregen we een veldstoeltje en een nachtmantel en dat geheel kon je meenemen op de bagagedrager van de fiets. Op een bepaald punt aangekomen, Douanepost Rammelbeek bij Denekamp 1946waar je soms wel uren moest blijven, klapte je het stoeltje uit, spreidde de mantel om je heen en ging zitten. De nachtmantel was een soort dikke deken met een capuchon en ongeveer zo lang als jezelf en ruim, zodat je er helemaal in kon. Je collega zat dan naar gelang de omstandigheden naast je of iets verderop. Een enkele maal kwam het weleens voor dat we vijf uur achter elkaar dienst hadden en dat we dan drie uur lang op het stoeltje zaten. Het kon regenen of sneeuwen, je moest al die uren op je post blijven. Was je er niet als de controlerende chef arriveerde, dan was je wel de klos als je een kwaaie chef had.

Op patrouille…

Als we in het veld patrouilleerden kwamen we af en toe bepaalde personen tegen, waarvan we zeker wisten dat ze geregeld smokkelden. Hoewel we ons best deden ze op heterdaad te betrappen lukte dat vooral in het begin natuurlijk niet zo goed, omdat we nog groentjes waren en sommigen van hen al ervaren rotten in het vak. Ofschoon we tijdens de dienst nergens naar binnen mochten, gingen we toch bij sommige grensboeren weleens koffie drinken, als we zeker wisten dat niemand van onze chefs in de buurt was. Het waren aardige boeren, waarmee we heel goed konden opschieten. Als we bij zo’n gezin koffie zaten te drinken, gebeurde er intussen buiten weleens wat. In het begin hadden we dat nog niet in de gaten, maar later natuurlijk wel. Zo ging een boerin weleens naar buiten om zogenaamd de kippen te voeren en dan klonk het ”miesche, miesche”. Achteraf zijn we te weten gekomen dat dat het sein was de smokkelaars te laten weten dat de kust veilig was.Meester Jan Tukkers foto 1941
Eens lagen wij 's nachts ergens in de buurt van een boerderij in een sloot, omdat wij het vermoeden hadden dat er iets stond te gebeuren. Dit keer gebeurde er niets. Maar op een ander moment kwam de eigenaar van een boerderij, waar we eveneens in de buurt in een sloot lagen, zo dichtbij, dat hij bijna over ons heen plaste. Vooral in de beginjaren na de oorlog, toen we als gevolg van gebrek aan fietsbanden, de fiets weinig konden gebruiken, patrouilleerden we meestal te voet. Vanuit het dorp gingen we naar de boerderij van Keizer (Haar-Jan) en liepen dan via de Vrijdijk en de Brandlichterweg naar Denekamp terug. Dat was een afstand van 15 km. Gewoonlijk liep er in een zone maar één patrouille. De ene zone omvatte het gebied tussen steen 32 (Brandlichterweg) en steen 24 (bij Keizer Haar-Jan) en de tweede zone lag tussen de grenssteen Brandlich-terweg en het kanaal.
Grenskantoor Rammelbeek ca. 1945Bij bijzondere gelegenheden ging het soms anders, want in principe was alles mogelijk en kon er onverwachts ergens een douane opduiken. Als er dus pas een patrouille gepasseerd was, kon een eventuele smokkelaar er niet zeker van zijn dat er voorlopig geen douane in de buurt zou komen.
Het lag er ook aan hoeveel mensen beschikbaar waren. Als er voldoende personeel was konden op bepaalde punten bij ‘beruchte’ grensboeren enkele kommiezen geposteerd worden, tenminste als vermoed werd dat daar wat kon gebeuren. Bij de mensen, die op de grens woonden, was het altijd moeilijk om ze bij smokkelen te betrappen. Daartegen kon je weinig uitrichten.
We hadden tijdens het patrouilleren een bepakking bij ons en in het begin een karabijn, zoals gezegd. We kregen wapeninstructie van collega's, dat waren ex-militairen, die na de capitulatie in 1940 ingedeeld waren bij de douane, de zogenaamde capitulan-ten. Schietoefeningen kregen we vanaf het begin met Duitse karabijnen.                                                                                                                                                                                                                      Wordt vervolgd…


Klassenfoto Lattrop 1992-1993…

De namen van de leerlingen op de schoolfoto zijn: (zie nieuwsbrief 2017-11)
3 Jeroen RuëlKlassenfoto Lattrop 1992-1993
4 Raymond Haamberg
5 Marieke van der Ham
6 Luc Niehof
7 Niek Hassink
8 Rianne Kleizen
9 John Wassink
10 Monique Bergman
11 Chantal Reerink
12 Maaike Groeneveld
13 Angelique Schröder
Groeten Marieke Hermelink-van der Ham in Lage (D)


Kerstmis en jaarwisseling…


 

Registrum Memoriale (slot)…

Van 1868 t/m 1948 is door de pastoors een register bijgehouden van het aantal parochianen, communicanten, gedoopten, onwettig geborenen, plechtig aannemen, gehuwden, dooden en het aantal verstrekte communiën. Over de jaren 1897 t/m 1905 en 1929 t/m 1941 zijn de gegevens niet vermeld en over de jaren 1925 t/m 1928 slechts gedeeltelijk.

 

 


Verkoop erve en goed Wigger Lattrop 1827 (3)...

4e Perceel:
Een stuk zaailand het Mudstukke groot zesendertig roeden eenendertig ellen op den
Esch
gelegen, west het land van Berend Tijscholte en oost dat van Albert Zegelvoort; dadelijk
te aanvaarden.
Dat perceel ingezet zijnde door Jannes Rerink landman te Lattrup op tweehonderd en zestig
gulden Zegge f 260.= Is daarvan na eene hoging koper geworden Bernardus Teders landbouwer te Lattrup voor tweehonderd en zeventig gulden zegge                         f 270.=
en heeft deze koper tot borgen volgens de conditien gesteld Albert Zegelvoort en Gerrit Rikkink
beide landlieden te Lattrup, en met den eerstge melden, de laatstgenoemde verklaard hebbende
des schrijven onervaren te zijn, alhier na voorlezing
Getekend.        B Teders    A Zegelvoort

5e Perceel:
Een stuk zaailand op den Esch groot vijfenveertig roeden negenendertig ellen gelegen ten westen aan ‘t
land van Beernink Erve en ten oosten aan ’t volgende perceel ten noorden aan den weg naar Nordhoorn
Dadelijk te aanvaarden. Dit perceel ingezet zijnde door Jan Hendrik Beernink landbouwer te Lattrup op driehonderd en vijfenvijftig gulden zegge                                                   f 355,=
Is bij gebrek aan verder bod deze inzetter voor de som daarvan koper geworden
en heeft dezelve tot zijne borgen volgens de koopconditien gesteld Jannes Bonke en
Hermen Hulsbeke beide landbouwers te Lattrup, die hier na voorlezing hebben getekend, de
koper zelf verklaard hebbende des schrijven onervaren te zijn              J Bonke     H Húlsbek

6e Perceel:
Een stuk zaailand op den Esch groot vijfenveertig roeden negenendertig ellen
west aan ’t vorige oost aan ’t volgende perceel noord aan den weg naar Nordhoorn gelegen
Dadelijk te aanvaarden Dit perceel ingezet zijnde door Jan Hendrik
Beernink
voornoemd op driehonderd en vijfenzeventig gulden Zegge f 375,=
Is daarvan na eene hoging koper geworden Hendrik Stokke landbouwer te Lattrup
voor driehonderd tagtig gulden Zegge                            f 380.=
En heeft deze koper tot borgen luid de conditien gesteld Jannes Bonke en
Jan Vreehuis beide landlieden te Lattrup, en met dezelven hier na voor
lezing getekend         H Stokke    J Bonke     J Vreehuis

7e Perceel:
Een stuk zaailand op den Esch groot zesendertig roeden eenendertig ellen, west aan ’t vorige
oost aan ’t volgende perceel noord aan den weg naar Nordhoorn gelegen; dadelijk
te aanvaarden Dit perceel ingezet zijnde door Gerrit velthuis landbouwer te Lattrup op driehon
derd en vijf gulden Zegge f 305.=
Is daarvan na eene hoging koper geworden Hendrik Stokke voormeld voor drie
honderd vijfentwintig gulden Zegge                                f 325,=
En heeft deze koper met zijne bij ’t vorige perceel gemelde principale borgen, alhier
na voorlezing getekend
H Stokke   J Bonke     J Vreehuis

                                                                                                                 Wordt vervolgd...