Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Jaargang 9 nr 6 juni 2022


 

Website: www.heemkunde-lattrop-breklenkamp.nl
Deze nieuwsbrief wordt u aangeboden door de redactie van de Website……………….
Op deze site vindt u o.a. de rubriek ‘Nieuws/mededelingen’ waarin actuele wijzigingen of aanvullingen worden vermeld. Met deze nieuwsbrief willen wij u op de hoogte brengen van nieuwe artikelen en, waar nodig, om uw medewerking vragen.
Hebt u geen interesse in deze mail dan kunt u zich hiervoor afmelden. Een bericht naar de redactie is voldoende: b.busscher@kpnplanet.nl of met het Contactformulier op de website.


Nieuws/mededelingen:
Geplaatst op de website:
# In de rubriek Nieuwsbrieven: nieuwsbrief 2022-05 (93)

Athanasius Johannes Antonius (Johan) Koehorst (vervolg)

Bidprentjes Johanna M Koehorst-Koertshuis en Johannes A Koehorst LattropJohan Koehorst is geboren op 2 mei 1905 op Pikmaats kloppe. Voor zijn huwelijk is hij knecht bij de familie Haamberg-Weerink op Bulthuis in Lattrop 72. Hij trouwt op 6 mei 1936 in De Lutte met de hier geboren Johanna Maria Koertshuis *5-9-1902. Uit dit huwelijk vijf kinderen:
1 Gerrit Koehorst trouwt met Truus Reerink, dochter van Johan Reerink (de Kruk) en Leida Steggink.
2 Lies Koehorst trouwt met Gerardus Oelering.
3 Marietje Koehorst trouwt met Henk Morsink in Ootmarsum.
4 Bennie Koehorst trouwt met Truus Oortman van de Wewwe in Breklenkamp.
5 Jan Koehorst 1947-2012 ongehuwd.
Johan overlijdt op 5 mei 1948 oud 43 jaar in het Sint Jozefgesticht in Apeldoorn. Het huisje is inmiddels bouwvallig en wordt in 1955 afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Hanna Koehorst-Koertshuis overlijdt op 14-10-1963 oud 61 jaar. Zoon Bennie blijft hier wonen.

Gerardus Fransiscus Koehorst (vervolg)

Trouwfoto Gerardus Fransiscus Koehorst en Aleida Hendrika Busscher 05-06-1930Gerard Koehorst is geboren op 12-7-1907 in Hezingen. Van beroep is hij fabrieksarbeider. Op 3 juni 1930 trouwt hij in Losser met Aleida Hendrika Busscher *17-11-1904 in Zuid-Berghuizen.
Uit dit huwelijk 9 kinderen: (allen geboren in Oldenzaal)
1 Geertruida Johanna Josephina *15-3-1931.
2 Bernardus Gerardus *20-3-1932.
3 Johanna Gertruida Maria *21-5-1933 †1-6-1933 oud 11 dagen.
4 Gerardus Bernardus *30-5-1934.
5 Gerardus Fransiscus levenloos geboren op 3-10-1935.
6 Johanna Gertruida *17-3-1937.
7 Hendrikus Jozef *26-2-1939.
8 Aleida Maria *26-10-1940.
9 Fransiscus Antonius *9-1-1942 †12-2-1942 oud 1 maand.
Aleida Hendrika overlijdt op 25 april 1983 oud 78 jaar, overleden in het RK Ziekenhuis ‘Heil der Kranken’ in Oldenzaal. Gerard overlijdt op 12-1-1987 in ‘De Molenkamp’ in Oldenzaal oud 79 jaar.

Johannes Bernardus (Bernard) Koehorst (vervolg)

Geertruida Geziena (Truus) Meijer en Johannes Bernardus (Bernard) Koehorst (Kukkert) LattropBernard Koehorst is geboren op 28-2-1911 en trouwt op 27 juli 1940 in Weerselo met Geertruida Geziena (Truus) Meijer. Truus is geboren op 19 april 1911 op StegDieks in Lemselo. Zij bouwen een huis links van het ‘Pikmaats-kloppe’. Bernard is fabrieksarbeider en huiskapper.
Uit dit huwelijk worden 7 kinderen geboren:
1 Hendrikus Bernardus Joseph (Bennie) *19-5-1941. Hij overlijdt ongehuwd op 22-11-1964 in Oud Ootmarsum vanwege een ongeluk met zijn brommer.
2 Nn Koehorst levenloos geboren kind op 28-4-1942.
3 Anna Maria (Annie) *1943  trouwt met JM in Denekamp.
4 Hendrikus Johannes Wilhelmus (Henk) *1945. Vertrekt naar Overdinkel.
5 Geertruida Maria (Truus) *1947 trouwt met LB in Denekamp.
6 Maria Stephania (Marietje) *1949 trouwt met BE uit Vasse.
7 Josephina Maria (Fien) *1951 trouwt met AOL uit Vasse.
Bernard overlijdt op 16-6-1975 in Lattrop oud 64 jaar en zijn vrouw Truus op 21-6-1981 in Denekamp op 21-6-1981 oud 70 jaar.

Bernardus  Koehorst en Johanna  Keujer Lattrop 40 jaar huwelijk 26-06-1942Bernardus  Koehorst en Johanna  Keujer Lattrop 40 jaar huwelijk 26-06-1942

Tekst op het bord: ‘Ter herinnering aan Uwe 40 jarige Echtvereeniging’.

Dösche…

Een paar keer in de week werd er ’s morgens gedorst. Door het slop gooide men een aantal garven van den balken. Ze werden naar de dorsmolen gebracht die aan de linkerkant van de deel stond. Buiten werden twee paarden voor de ‘geubel’ gespannen. Door in een kring rond te lopen brachten ze het drijfwerk in beweging. Een drijfstang die van de geubel door de buitenmuur naar de dorsmolen liep, bracht ook deze in beweging en begon met een gonzend geluid te draaien. Een voor een werden de wat uit elkaar gehaalde garven met de aren het eerst naar een snel draaiende trommel geschoven. Met de gebogen tanden hierin pakten deze de halmen, het zaad viel naar beneden en opzij kwam het stro op de schudder weer tevoorschijn. Dit werd tot schoven gebonden en in de hiel (hilde) boven de koestal bewaard om later als strooisel voor de dieren te dienen om daarna als stalmest in de potstal bewaard te worden.

 Nadat het zaad van de grootste ruigte ontdaan was deed men het in de kafmolen. Deze blies het kaf naar achteren en voor werd het zaad in een wan opgevangen. Vanwaar het in zakken werd gedaan. Een enkele keer kon men de dorsmolen niet gebruiken. Bij de roggeoogst had men de garven van een bepaalde akker apart gehouden. Er zat geen onkruid in het gewas en de halmen waren stevig gegroeid. Ze moesten dienen om een versleten stuk dak van het huis te vervangen. De garven mochten niet door de dorsmolen want de halmen mochten niet gebroken worden.

Een dubbele rij garven spreidde men los op de deel. Dan werden de dorsvlegels tevoorschijn gehaald en werd er ‘geklaapt’ tot al het zaad uit de aren was. Men bond het stro in schoven en aan het benedeneind werden deze mooi gelijk gestampt. Voorzichtig legde men deze in de schuur, zodat later de dakdekker op het huis of schuur een nieuw strodak kon maken. Later deed men dit niet meer, want er kwam een pannendak voor in de plaats.

Nadat de bunkes van het land verdwenen waren zag den Kamp er kaal uit. Alleen de stoppels staken nog een paar centimeter boven de aarde uit.

Ploegen…

Na gedane arbeid keert de boer huiswaarts (Mulder op Campstede Tilligte)Dag in dag uit moesten de paarden voor de ploeg of wagen. Eerst werd de akker omgeploegd, niet diep maar ‘school’ (ondiep), zodat de stoppels onder de grond kwamen. ‘Striekn’ noemde men dat. Daarna werd er geëgd en het onkruid vooral ‘kwek’ werd verzameld, gedroogd en dan op een verloren hoekje verbrand. Dan was de tijd gekomen om de akkers klaar te maken voor de oogst van het komend jaar.

De mest, vooral koemest, die in de potstal of in de mestvaalt voor de niendeur, vermengd met plaggen tot een flinke hoop bij elkaar gebracht was, werd op de mestwagen geladen, die door vader naar de akkers werd gereden. Om alles sneller te laten verlopen gebruikte men twee wagens. De ene werd vol geladen terwijl de andere op het land werd geleegd door telkens met een mesthaak (een omgebogen greep) een gedeelte van de wagen te trekken. Na een paar dagen zag men op grote delen van het land met rijen mesthoopjes ‘versierd’. Vervolgens werden deze door de knecht met een greep uit elkaar gestrooid. Mest streien noemde men dat.

Voor de tweede keer werden de akkers weer omgeploegd. Nu dieper dan de eerste keer. Om de mest er goed onder geploegd te krijgen, ging iemand voor de paarden uit en gooide mest alvast in de voor.

Dagen achtereen zag ik vader met twee of drie paarden op de akker. Na het ploegen werden zakken rogge aan de einden van de akker gebracht waar de knecht of later broer Bernard de ‘zaailoob’ kon vullen om met regelmatige gang en dito armzwaai het zaad uit te strooien. Als 1e zaaidag werd de 18e september aangehouden. Wanneer enkele weken daarna het zaad ontkiemde en de eerste sprietjes zichtbaar werden, kon met zien of de zaaier het vak verstond. Het roggeland was het grootste deel van het erf en lag praktisch geheel tussen de Russchemaat en het huis. Het was een hele lap grond die twee tot 3 meter boven het omringende weiland uitstak. Smalle paadjes verdeelden het land in stukken die al een eigen (veld)naam hadden. Kwamen we van de Duse door het Ekste Meiken dan liepen we recht tegen de Dwersbrei aan.                                                                               Wordt vervolgd…

Gewas op het Land

17. Zes schepel lands met rogge geschat op zestig gulden, zegge f 60 ==18. Twee spint land met raap geschat op zes gulden, zeggef6 ==

19. Een paar schoengespen, een paar dito kleiner en een paarbroekgespen, alle oude hollandsche keur, zamen zeven drie kwart lootgeschat op negen gulden, zeggef9 ==20. Een kruis, oud hollandsche keur, een slot en knop, grote hollandschekeur, zamen een drie kwart loot, geschat op vijfenveertig stuivers, zegge f   2 =  5  =f383 10=

Schulden en Inschulden

Door de moeder en voogdesse is verklaard, dat bij het overlijden van haren man Hendrik POSTEL er circa zes gulden gereede penningen gevonden zijn, dat haar van de gemelde minderjarige niets competeerde; dat egter de gemeenschat te goede heeft als volgd:

  1. Van Lambert Beenen te Noord Deuringen zeventig gulden, zegge       f 70 =   =
  2. Van Berend Jan van Lingen te Ootmarssum vijftien gulden, zegge       f 15 =   =                                                                                                                                                                                                      f 85 =   =

Voorts verklaarde dezelve dat de gemeenschap verschuldigd was als volgt.

  1. Aan Hendrik Scholte Splinterink voor huur de som van veertig gulden f 40 =  =
  2. Aan den Chirurgijn B. van Kersbergen twee en twintig gulden negentien stuivers, zegge  f 22 = 19 =
  3. Aan Hendrik Husken te Frenswegen drie gulden 2 st.                            f   3 = 10 =                                                                                                                                                                                                   f 66 =  9  =

Tot al het bovenstaande is men bezig geweest van ’s middags twee uren tot vijf uren ’s avonds, bij enkelde vacatie. Dit gedaan en niets meer gevonden zijnde om in dezen inventaris te bevatten, is het daarin vermelde gelaten in ’t bezit der moeder en voogdesse Fenne TIJINK, die dit erkend en zig belast ’t zelve weder ten voorschijn te brengen of te verantwoorden, daar een aan wien zulks behoren zal. Dezelve moeder en voogdesse heeft daarop aan ons Notaris met eede verklaard van niets te hebben verzwegen of vervreemd, noch te weten dat zulks geschied is buiten haar, van de goederen der Gemeenschap.                                   

Waarop wij dezen Inventaris, als door de voogdesse deugdelijk verklaard, gesloten hebben om vijf uur namiddags.                  En heeft de toeziende voogd, de priseur en getuigen, de moeder en voogdesse verklaard hebbende niet te kunnen schrijven, benevens ons Notaris al hier na voorlezing getekend.

w.g.

H. Scholte Splinterink, A. Bruggink, A. Roetenberg, A Rientjes.  G.B. ten Pol, Notaris.

Boerderij Oude Scholte Splinterink of ool Schoeltnboer in Oud Ootmarsum 2010

Boerderij Oude Scholte Splinterink of ool Schoeltnboer in Oud Ootmarsum 2010

Toelichting:

Jan Hendrik Postel, doopnamen Joannes Henricus en roepnaam Hendrik, is geboren op het oude Schulte Splinterink aan de Laagsestraat in Oud Ootmarsum. Hij is gedoopt op 26-7-1775 in de RC kerk van Ootmarssum. Hij is een zoon van Joannes Henricus Postel geboorteplaats nog onbekend en Zuzanna Beernink, ook Wije genaamd, herkomst ook nog onbekend.
Hendrik Postel trouwt op 17-1-1808 in Ootmarsum met Euphemia Tijinck gedoopt op 28-9-1772 en geboren in Mander. Hij is de erfopvolger en uit dit huwelijk worden 3 kinderen geboren:
1 Johanna Postel gedoopt 16-12-1808, trouwt op 22-12-1836 met Bartus Oude Boerrigter *~1812 in Weerselo. Zij vestigen zich in Oldenzaal waar Bartus rijksveldwachter is.
2 Gesina Postel ~29-10-1810, trouwt op 27-4-1843 met Hendrikus Olde Boerrigter *1805 in Losser. Gesina is erfopvolgster (niet zeker).
3 Jan Postel geboren op 16-10-1813 trouwt op 4-9-1840 met Wilhelmina Scholte Lubberink *1817 op Lubberman in Lattrop. Zij vestigen zich in Klein Agelo, waar is nog onbekend.

                                                                                                                                                    Wordt vervolgd…

17 juli 1903 Verkoop landerijen in Ootmarsum en Tilligte (Provinciaalsche Overijsselsche en Zwolsche Courant).

Uit dit huwelijk worden 11 kinderen geboren:
1 Geertruida Bos ~(gedoopt) 30-10-1782 overleden voor 15-10-1798 oud niet meer dan 15 jaren.
2 Gerrit Bos erfopvolger zie hierna.
3 Joanna Bos ~05-04-1786. Zij trouwt op 23-06-1814 in de rc grote kerk van Ootmarssum met Joannes Hendrikus (Jan Hendrik) ~30-03-1791 in Ootmarsum en geboren op het boerenplaatsje Imhorst, tegenover Dan’nkemper aan de Schiphorstdijk in Tilligte. Op Imhorst overlijdt Jan Hendrik in 1859 oud 67 jaar en Joanna in 1863 oud 77 jaar. Aangifte overlijden Joanna door Petrus Dingeldein oud 49 jaren wagenmaker wonende op Vreugde in Volthe en Gerardus Hakenberg (op Campstede) oud 35 jaren landbouwer.
4 Bernadina Bos ~25-01-1788, trouwt in 1809 met Stephanus Sombekke geboren op het gelijknamige erf aan de Voskampweg. Nog in datzelfde jaar overlijdt Stephanus en het jaar daarop hertrouwt Bernardina met Lucas Ekelhof uit Beuningen.
5 Hermina Bos ~24-12-1789 overleden na 1812. In het Register van naamsaanneming 1812 staat vermeld: Hermina 22 (jaar) Breklenkamp. Mogelijk is zij hier in dienstbetrekking maar hierover kon geen zekerheid worden verkregen. Evenmin is bekend hoe het verder met haar is gegaan.
6 Maria Bos ~25-06-1792 trouwt in 1814 in Ootmarsum met Waander (doopnaam Wernerus) Steenhof, ook oude Roelink genoemd, uit Volthe  nu Loosteresweg 5. Waander overlijdt hier in 1856 oud 74 jaar en Maria in 1857 oud 64 jaar.
7 Geziena Bos ~13-06-1796 trouwt in 1820 in Weerselo met Bernardus Joannes (Berend Jan) Hulsbeek *1783 op Camphuijs in Volthe. Zij vestigen zich in de Buurtschap Denekamp, plaats nog onbekend. Berend Jan overlijdt hier in 1844 op huisnummer 100 oud 60 jaar en Geziena in 1863 oud 66 jaar.
8 Getruida Theresia Bos ~15-10-1798. In het Naamaannemingsregister van 1812 wordt vermeldt dat zij in Beuningen woont. Zij is dan 14 jaar en zal hier ongetwijfeld hebben gewerkt als dienstmeid. In 1824 trouwt zij met Theodorus (Derk) Wolkotte *1800 in Noorddeuringe. Getruida overlijdt in ND huisnr 65 oud 56 jaar en Derk in 1865 op huisnr. 68 oud 65 jaar.
9 Euphemia (Fenne) Bos ~14-03-1801. In 1812 woont zij nog thuis. Niet zo verwonderlijk want zij is dan 11 jaar oud en nog schoolgaand. In 1830 trouwt zij met Johannes Hendrikus (Jan hendrik) Oude Elferink geboren in 1805. Fenne overlijdt in de buurtschap Denekamp nr. 7 in 1864 oud 62 jaar.
10 Hendrica Bos ~26-02-1806. In de naamsaanneming van 1812 wordt zij niet vermeld. Mogelijk al overleden. Tweeling met Helena nr. 11.
11 Helena Bos ~26-02-1806, tweeling met nr 10 Hendrica. Trouwt in 1838 met Joannes Henricus Hassink van de Nijenhaerweg in Beuningen en vestigen zich op het erf Klinge in Noord Deurningen.
De vader Joannes Bos overlijdt in 1809 oud 61 jaar en zijn vrouw Aleida Lohuis in 1819 oud 60 jaar.

Gerrit Bos x 1819 Helena Hulskotte…

Gerrit Bos, zie 2 hierboven, wordt erfopvolger. Hij is gedoopt op 15 december 1783 in de Roomsch Catholijcke kerk in Denekamp en trouwt op 22 april 1819 met Helena Hulskotte *1788 in Noordeuringe. In 1812 wordt door de Franse bezetter de burgerlijke stand ingevoerd. Iedereen moet zijn familienaam laten vastleggen of een naam aannemen. Daarom heet dit register ook het Naamsaannemingregister. De familie Bos op oude Klinge wordt als volgt ingeschreven: Gerrit Bos en zusters Janna 26, Berendina 24 Beuningen, Hermina 22 Breklenkamp, Maria 20 Agelo, Gezina 17 Tilligte, Geertruij 15 Beuningen en Efemia 11 nemen de naam Bos aan. Eigenlijk zou hier moeten staan: “behoudt zijn naam”. Berendina is dan al uit huis want zij trouwt in 1809 met Stephanus Sombekke in Beuningen. Maria is dienstmeid in Agelo, bij wie is niet bekend. En Gezina is zoals het zo mooi wordt omschreven ‘dienstbaar’ in Tilligte. Gerrit is vanzelfsprekend landbouwer maar ook wever.

Roomsch Catholijck doopboek Denekamp 15-12-1783 Gerardus in oude Klinge NDRoomsch Catholijck doopboek Denekamp 15-12-1783

Uit dit huwelijk wordt een zoon geboren:
1 Johannes Bos *12-6-1820 verder nog onbekend.
Helena komt dan te overlijden op 29 juni 1820 oud slechts 31 jaar en Gerrit trouwt voor de 2e keer op 26 april 1821 met Joanna (Janna) Joochem *1792 op het erf Jochem achter het klooster in Noord Deurningen. Uit dit huwelijk 5 kinderen:
2 [half] Helena Bos *30-6-1822 ongehuwd overleden op 14-7-1840.
3 [half] Gerrit Jan Bos erfopvolger zie hierna.
4 [half] Albertus Bos *18-1-1828 verder onbekend.
5 [half] Gezina Bos *22-3-1932 †3-8-1832 oud 4 maanden.
6 [half] Gerardus Bos *10-1-1837 trouwt in 1867 met Maria Kock *1840 in Denekamp. Uit dit huwelijk o.a. Gerardus Joannes Bos 1837-1916 trouwt in 1890 met Maria Jozephine Bokkerink uit Denekamp en vestigen zich in Oldenzaal. Uit dit huwelijk 3 kinderen; het vervolg is bij de redactie bekend.
Gerrit Bos overlijdt op 30 october 1846 oud 62 jaar en Joanna Joochem op 8 januari 1858 oud 65 jaar.

Gerrit Jan Bos x 1851 Maria Wolkotte…

Gerrit Jan Bos, zie 3 hierboven wordt erfopvolger. Hij is eerst vernoemd naar zijn vader en dan naar zijn grootvader. Hij is geboren op 11 april 1824 en trouwt op 14-10-1851 met Maria Wolkotte, geboren 17 februari 1821 op Schilthuis (verdwenen) in Noord Deurningen.
Uit dit huwelijk wordt 1 zoon geboren.
Gerrit Jan overlijdt in 1878 oud 53 jaar en Maria in 1879 oud 57 jaar.            Wordt vervolgd…

Er zijn nog voldoende boeken beschikbaar.

Prijs:    € 35,= à contant
Reserveren is mogelijk.
Het Bestelformulier op de site is voor toezending per post.

Bij betaling per bank volledig adres vermelden

Verkoop aan huis:
Bennie Busscher
Cobbingstraat 16
7631 JC  Ootmarsum
Telefoon 0541 292770 

Familie van Haren.

Annie van Haren in RotterdamDrie kinderen van de familie van Haren uit Rotterdam worden  ondergebracht in het Binnenbrook in Lattrop. Annie bij de familie Bernard Ruël-Trui Scholten op Reulke. Edith bij de familie van der Ham-Bruggink, en Joop bij de familie Schröder op Boomhuis. Van Annie is een foto bekend alsmede een brief uit 1958 die zij stuurde naar Lijda (Leis) Haamberg-Ruël op Baksboer in Lattrop. Zowel Annie, Edith en Joop leven nog. Met Edith en Joop is telefonisch contact geweest. Van Joop van Haren zijn bij Boomhuis drie foto’s gevonden.

Het contact met hun zal worden voortgezet.

 

Brief Annie van Haren Rotterdam 1958 1

Brief Annie van Haren Rotterdam 1958 2

Jerry is geboren in Hezingen, zijn vader Bernard is van de Breenk-Keujer in Breklenkamp. In de jaren ’50 emigreert hij met zijn vrouw An Loman uit groot Agelo naar Canada. Het boek ‘Bewoners Breklenkamp in woord en beeld’ hebben we naar hem opgestuurd. Hieronder zijn antwoord:

thank  you  so  mutch   for  sending  me  this  nice  book  of   brkk  holland
yes  i was   away  2  month  to  saskatchewan  at  my son in  law steve  and  anita  my  daughter  large  ranch   watching   calving  time
over  1000  cow  calves  operation   mostly  in open  fields  and  boss  benny  now  i  am  back  home  in  alberta
been  reading  your  book  never  saw picture  of  my  dad    bernard  keujer.!
Iwas  6  year  old  start  off  the  oorlog   so  to  me  this  means  a  lot  to  me  and  now  i  read  all  the  rest  of  my  dads  side
i  be  sending  you  a personal  thank you  by  mail  good  old    cowboy  friend  from  the  west  canada   so  long till  we  meat    again   me  be this  summer   jerry

Naam en ligging…

Streeknaam Erve Goossings LattropHet erf Goosink en de erven Oude Goosink, Nieuwe Goosink en Goosink Bakhuis liggen (lagen) ten oosten van de rivier De Dinkel aan de tegenwoordige Lattropperstraat. Dit gebied dat verder begrensd wordt door de Frensdorferweg en de Marke Noord Deurningen heeft de streeknaam ‘Erve Goossings’. Het Goosink ligt halverwege rechts aan het tegenwoordige ‘Laantje van Fox’. Het Oude Goosink ligt hiernaast en het Nieuwe Goosink ten zuiden hiervan. Het Goosink Bakhuis ligt aan het begin van dit laantje.
Voor zover bekend is de oudst bekende naam (1470) Goseninc. In 1475 Gozening, in 1567 Goezeninck, in 1577 Goosink, in 1601 Goesenynck, in 1602 Gossening en Gosseninc. Nu is de familienaam Goosink en Goossink.

Oudste vermeldingen…

Leenregisters Huis Almelo 1384.
Burgerboek Ootmarsum 1470: Johan en Stijnen Goseninc en kinderen uit Lattrop worden burger van Ootmarsum.
Verponding 1475: Gozening, 2 schilt land, betaalt F3.
Rekeningen van de drost van Twente, 1567: Berndt werd rond 1567 verwond door Egbert Borchgrevinck, die daarvoor werd beboet met F3 en 3 mud haver.
Rekeningen van de droost van Twente, 1572: Lambert kreeg een boete van F10 en 10 mud haver, omdat hij rond 1572 zijn buurman Morsman (red.: Mössem) geweld had aangedaan.

Verponding 1601 Goesenynck LattrupIn dat jaar1572 komen wij een Berndt Goezeninck en een Lambert Goezeninck tegen in het strafregister ofwel Rekeningen van de drost van Twente. Deze drost, Gosens van Raesfelt, was de uitvoerende macht in Twente, in opdracht van de landsheer. Een van zijn taken was het om strafmaat en boetes op te leggen bij begane misdrijven. En dit alles werd netjes opgeschreven. En zo lezen wij dat ene Egbert Borchgrevinck 3 goldguldens en 3 mud haver moest betalen aan de drost wegens het verwonden van Berndt Goezeninck. En Lambert Goezeninck werd aangeklaagd voor het "geweld aandoen” aan Morsman (red.: Mössem) te Lattrop. Hij werd beboet voor 10 Goldguldens en 10 mud haver.

Markenboek Lattrop en Tilligte, 11 mei 1577: Lambert Goosink vermeld.
Markenboek Lattrop en Tilligte, 12 okt. 1585: Lambert Goosink heeft 1 schaap.
Markenboek Lattrop en Tilligte, 3 okt. 1590: Goosink heeft 5 varkens en 1 schaap.
Verponding 1601: Goesenynck, 9 mud zaailand, 1 dagwerk hooiland, betaalt F4-15-0, behhort aan de Jonker van Saasveld  en Berendt Goeseninck (geen land vermeld).
Verponding 1602: Gossening, 9 mud zaailand, 1 dagwerk grasland.
Paardengeld 1602: Goseninck, 3 paarden, 1 varken, betaalt F3-1-0.
Markenboek Lattrop en Tilligte, 8 nov. 1632 en 27 mei 1633: Johan Goosink vermeld.
Markenboek Lattrop en Tilligte, 10 dec. 1652: Lammert Goosink, wonend bij zijn moeder in de lijftucht, is betrokken bij een grondkwestie van land, dat eerder aan de toenmalige meijer Berendt Goosink was overgelaten.
Markenboek Lattrop en Tilligte, 18 jun. 1655: Lammert Goessing heeft land aangegraven.

Eigenaren en uitgangen erve Goosink Lattrop

Eigenaren en uitgangen erve Goosink LattropOorspronkelijk is het een allodiaal erf, dat wil zeggen, in het bezit van de bewoners. In 1601 wordt de eigenaar de Jonker van het Huis Saasveld. Voor 1741 komt het in bezit van het Huis Harseveld in Tilligte. In 1774 wordt het Huis Singraven de nieuwe eigenaar.
Op het erf rust, van voor 1500 tot na 1829 een uitgang van miskoorn, 1 schepel rogge.
Miskoorn of miskoren (Latijn: annona missalis) is een jaarlijkse afdracht van graan waarmee in het onderhoud van pastoor of predikant en de koster wordt voorzien.

Oudst bekende bewoners…

Behalve de hierboven vermelde Goosinks is de oudst bekende bewoner Johan Goosink geboren ca. 1575. Hij trouwt in ca. 1603 met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk in ieder geval een zoon en erfopvolger. Deze Lammert Gosinck is geboren ca. 1605 en trouwt ca. 1635 met een nog onbekende vrouw. Uit dit huwelijk in ieder geval 9 kinderen:

1 Fenne Gosinck verder onbekend.
2 Dele Gosinck geb. ca. 1638 trouwt op 23-11-1662 Nederduitsch Gereformeerd in Ootmarssum met Arent Ribberink in Mander. Voor nakomelingen zie het boek ‘Stamboom van de familie Ribberink’ gepubliceerd in 2010.3 Jenneken Gosinck geb. ca. 1743 trouwt op 4-7-1669 met Berent Lambers uit Lambert en pachten het Olde Gosink. Voor vervolg zie hoofdstuk Olde Goosink.
4 Arent Gosinck geb. ca. 1645 trouwt op 23-11-1662 met Elisabeth Luicasz (Engele) Bonke, geboren ca. 1650 op Bonke in Lattrop. Zij vestigen zich op het pachterf Olde Bonke/Arendsboer (verdwenen).
5 Jan Gosinck erfopvolger zie hierna.
6 Swenneken Gosinck geb. ca. 1650 trouwt op 15-8-1675 met Jan Steffens ten Oever uit Oud Ootmarsum.

                                                                                                                            Wordt vervolgd…