Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Brookhook (deel I)

 Frans Groeneveld (Max)
Bewerkt door Bennie Busscher
 
VOORWOORD
Op zaterdag 1 september 2007 vond op erve Schröder (Boomhuis) in Lattrop een reünie Frans Groeneveld (Max)plaats voor de (oud) inwoners van 'n Brookhook ofwel 'het Binnenbroek'.
Ter gelegenheid hiervan werd op verzoek van Bennie Haamberg (Bulthuis), Frans Groeneveld (Max) in Agelo benaderd op deze dag iets te komen vertellen over dit gebied. Dat verzoek resulteerde al gauw in enkele verhalen van belevenissen die de reünisten in een boekje kregen aangeboden. Het geeft een aardige inkijk op omstandigheden en gebeurtenissen van de jaren 1940-1960.
 
Broekgronden in Lattrop
De geografische kaart van Lattrop laat veel percelen en stukjes grond zien met honderden veldnamen. Soms zijn deze namen ontleend aan de bewoners van dat perceel, maar ook andersom. Dan is de bewoner vernoemd naar het stuk grond. Ook komen namen voort uit de hoogte van de grond, zoals een heibeult, een es of bosgrond. Voorbeelden hiervan zijn Bulthuis, Bommerd, Bossink enz… Broekgronden zijn lager gelegen percelen die voor de ruilverkaveling vaak onder water liepen. Denk maar aan het Bonkenbrook, Pikmoatsbrook en bovenal aan het Binnenbrook, waar dit gebied zijn naam aan te danken heeft.
Globaal vormen de Dinkel, het Dinkelkanaal, de Gele Beek, de Hoofdstraat en de Dorpsstraat evenals de Horstweg, doorkliefd door de Ottershagenweg, de grove omtrek van het gebied dat in Lattrop wordt gezien als 'n Brookhook. Lage grond waar vroeger de waterotter leefde, des te meer een bewijs voor de Brookhook, waar ± 20 gezinnen woonden en leefden. Namen als Brookhuis of Broekhuis1en natuurlijk ook de plaatselijke 'daagse' namen als Brook-dekker2, en BrookBearnd3 herinneren aan de laag gelegen broekgronden.
Water, ijs en ganzen
Voor de ruilverkaveling plaats had (jaren '50) stonden er in Lattrop regelmatig hele stukken grond onder water. Zo ook in 'n Brookhook. Deze overstromingen begonnen al bij het 'fietsenleuske' van Hendrik Veldhuis op de grond van Zwiep (de Kraak). (voorheen de Rabobank).
In 1946 was het water zo hoog dat het kippenhok aan de overkant van boer Zwiep, aan het begin van de Ottershagenweg, geëvacueerd moest worden. Met lange lieslaarzen was het niet meer mogelijk daar te komen, maar Broer Keuters (Groot'n Kuiters)4 had hier wat op bedacht. Hij bouwde een vlot van een houten kuip en wat planken en roeide zo naar het kippenhok om de hoone en de haan te bevrijden. Of de kippen later nog eieren gelegd hebben voor boer Zwiep is niet bekend. Wel dat Keuters er een paar sigarettenbonnen aan heeft verdiend.
Ganzen waren er ook veel in de Ottershagen. Vanaf Fox aan de Lattrop-perstraat tot over
de grens (Koenjer5) (foto rechts) was het vaak één grote langgerekte binnenzee. Ganzenboeren als Fox, Tijscholte, Damhuis en in het Binnenbrook van der Ham, hebben daar menig robbertje uitgevochten om de ganzen enigszins gescheiden te houden en 's avonds weer in het eigen hok te krijgen. Tot voor twintig jaar terug had 'Baks Hendrik'ke'6 nog 'ganzenhandelaar' achter zijn naam in het telefoonboek staan.
Langs de Dinkel en de Vecht kwam men in Coevorden waar nog jaarlijks de Ganzenfeesten zijn en waar een jonge Miss Ganzenhoedster ieder jaar weer opnieuw met een koppel ganzen door de stad trekt, om het aloude beroep in ere te houden.
Als de Dinkel en de uiterwaarden daarvan bevroren raakten in de winter dan was ijspret en ganzenhoeden allebei aan de orde. Schaatsen vanuit het Brook naar de Koenjer vooraan in Lage, was voor de inwoners van Lattrop en Tilligte net zoiets als nu de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk. Verhalen bij de open haard en het losse vuur werden steevast opgedist. Van dronken schaatsers die met een 'bessenries'7getrokken werden door minder dronken kameraden en over het ijs naar huis werden gesleept.
Een minder leuk voorval van het hoge water in het Brook deed zich voor in het vroege Bernard Groeneveld BoomsJans zien Bennadvoorjaar van 1946. 'BoomsJans zien Bennad' (weer zo'n mooie Lattropse naam), (foto rechts),mij vader dus, ventte op dinsdagmiddag altijd met de boodschappenkoar via de Kraak, KraakenJan8, Koelman9, Schoolboer10 naar van der Ham. De weg boog bij Schoolboer langs de kippenhokken linksaf -de Binnenbroekweg bestond toen nog niet- en ging voor het Reulke11 linksaf naar van der Ham. Voor het Stoksriet12(zie foto links onder) waar Bernard ook een 'striepke groond' had liggen, was het water zo hoog dat hij met de venterskoar vast kwam te zitten. Alleen met paard en wagen en tot aan de knieën in het water, Het Stoksriet in het Binnenbrook in Lattropwas hij hulpeloos. Gelukkig kwamen omwonenden hem de helpende hand bieden. Maar die hulp kon niet verhinderen dat hij er een flinke verkoudheid aan overhield. Dat werd zelfs zo erg dat een paar dagen later (11 Maart) een acute keelontsteking hem noodlottig werd. Angina was de conclusie van Dr. Dierick Sr.. Hij werd slechts 53 jaar. Tegenwoordig is er al tientallen jaren penicilline op de markt maar toen nog niet, helaas.
 
Ontginning en kanalisatie
Herman Wigger (van Wigger schilder) en Bearnd Groeneveld (mijn broer dus) gingen vaak 't Brook in. Als jongen van een jaar of zes mocht ik zondagmiddags wel eens mee. Ze gingen daar vissen aan de Dinkel ongeveer ter hoogte van de huidige stuw en dan richting van der Ham. Achter op de 'pek'kesdreager' van de fiets moest ik de 'boan'n stök', waarmee ze wilden hengelen, vasthouden. Naast de weg was een smal fietspad vol 'drek' en kuilen met hier en daar een stenen paaltje. Middelhoes en Swennenhoes moesten de fietspaden in N.O. Twente onderhouden. Naarmate je meer naar de Dinkel kwam werd het fietspad slechter en zo nu en dan moest je ook wel eens het laatste stukje lopend afleggen. Veel werd er niet gevangen. Wat klein grut in de vorm van voorns Stuw in Gele Beek bij het Dinkelkanaal in Lattropen 'bleijers'. Het was al een hele genoegdoening als je een 'zeelt' aan de haak had. Dan was dat het gesprek van de dag. Ook ging ik wel eens met mijn broer Hennie vissen. Die ging steevast over het erf bij Dassel naar de stuw in de Gele Beek (foto links) waar deze samenkomt in het Breklenkamps kanaal. Ik was als de dood om over het vlonder, een smalle plank met aan één kant nen 'sleet' als brugleuning, te lopen. Mijn broer wilde juist boven die waterval vissen want daar was de kans op een goede vangst het grootst. 's Nachts in een droom werd ik wel eens plotseling wakker omdat ik niet over die plank durfde te lopen….
Deze overgang van de Gele Beek in het Dinkelkanaal is onlangs weer in het nieuws geweest omdat dit vroegere vlonder in het zogenaamde Domineespad lag. Een kerkweg voor de Hervormde inwoners van Breklenkamp die hier over de Hollandergraven, langs de Hoogboer en door 'n Posselhook naar Ootmarsum liepen.
K.I. man Bernard Derkman zou zijn bijnaam van 'motorbol' hebben gekregen toen hij ook eens deze weg nam en in een vliegende vaart met zijn motor over het smalle vlonder raasde. Verhalen van deze strekking zijn momenteel niet meer van toepassing op deze omgeving omdat de ruilverkaveling in de vijftiger jaren niet alleen Lattrop en Tilligte maar vooral ook 'n Brookhook helemaal ontsloten heeft.
Nieuwe wegen werden aangelegd en zandwegen werden verhard. Zo ook de Spiekweg, de Horstweg, de Ottershagenweg, de Binnenbroekweg en de Eikweg. Toen alles overhoop lag gingen we zondagsmiddags steevast vanaf de Dinkelbrug in de Frensdorferweg richting de Duitse grens. Samen met Frans van de Kniep (Lansink), Busschers Jan, Harry Arends en ondergetekende om de 'kipkoarn' die over het 'gleis' liepen te controleren en te snaaien of er hier en daar nog iets van onze gading was. Vertier waar je tegenwoordig niet over hoeft te praten maar het beheerste onze uitgaanszondag helemaal. Vissen die verplaatst moesten worden van de oude Dinkelloop naar de gekanaliseerde Dinkel was voor ons een bezigheid waar je weken vol van was. De lage broekgronden met struikgewas, riet, wilgen en elzenhout werden vruchtbareToon de Roode landbouwgronden. Een man als Toon de Roode (foto links) hoefde in het voorjaar niet meer de ontwaterings slootjes op te schonen. 'Toon is een goeie jongen', was steeds zijn verhaal als je hem tegenkwam. Zomers, en dat begon in het vroege voorjaar, tot in de herfst werkte hij als grondarbeider voor diverse boeren. Het verdiende daarmee wat geld dat meestal nog dezelfde dag werd omgezet in jenever, die hij altijd in een fles in zijn binnenzak met zich meedroeg. Tegen de winterdag liet hij zich ieder jaar wegens openbare dronkenschap oppakken en werd vervolgens naar Veenhuizen overgebracht waar hij tenminste nog een warm bed had en fatsoenlijk te eten. Romantiek van het platteland zou je het bijna kunnen noemen. Tegenwoordig gaan er bij de overheid weer ideeën op om veel van het bereikte terug te draaien. We waren er juist zo aan gewend geraakt. (wordt vervolgd)
 
Noten:
1 Deze familie, ook wel Broek-Piet genaamd, woonde westelijk van de Horstweg, schuin tegenover het laatste Laarhuis. Veldnamen als 'de Pieterij' en ‘Pietjeskolk' herinneren hieraan.
2 Familie Hulsmeijers aan de Ottershagenweg.
3 Familie Bruns aan de Ottershagenweg.
4 Albertus (Bets) Keuters geboren op het Kuipersplaatsje dat gelegen heeft tegenover Kraken Jan/familie Kamphuis.
5 Voormalig 'berucht' boerencafé achter de Ottershagen net over de grens bij Lage.
6 Hendrik Damhuis, landbouwer/veehandelaar wonende aan de Gruttoweg in Tilligte.
7 Berkentakken die gebruikt werden voor het maken van een 'riesbezzem'.
8 Familie Kamphuis.
9 Familie Reerink met de oude huisnaam Koelhuijs.
10 Familie Kuipers, oude huisnaam 'Schoolhuijs'.
11 Familie Ruël.
12 Houtopstand omzoomd door water met riet, in eigendom van de familie Bodde met de huisnaam Stokke.