Heemkunde Lattrop Breklenkamp

Annie Blokhuis Lattrop

KLEERMAKER BLOKHUIS IN LATTROP
H. Asma
Dit artikel is met toestemming van de Heemkunde Denekamp overgenomen uit 
         t Onderschoer 1999 nr. 3.
Dit artikel over de vroegere kleermaker Blokhuis en Zijn gezin in Lattrop is voornamelijk gebaseerd op een gesprek dat Hennie Asma van de werkgroep Geschiedenis op 11 januari 1999 had met de jongste dochter Annie uit het gezin Blokhuis. (Foto R: Annie Blokhuis en Antoon Bischop). Vader Albertus Blokhuis is op 14 april 1883 geboren in Lattrop. Zijn vader was boer op het erf Zeggelvoort op de Horst in Lattrop. Vader heeft maar zes jaar de lagere school bezocht. In die tijd was er nog geen leerplicht. Omdat prikkeldraad toen vrijwel onbekend was, moesten kinderen in de zomer vaak de koeien hoeden en dat ging dan ten koste van de school. Vader was enigst kind. Er waren wel enkele kinderen meer in het gezin, maar die zijn al heel jong gestorven. Moeder kwam uit het gezin van de metselaar Groener dat in die tijd in de Kokensteeg te Denekamp woonde. Het gezin Groener telde vier dochters.
Albertus Blokhuis (Veldsniere) Lattrop, vader van Annie BlokhuisVoor het huwelijk
Vader heeft het kleermakersvak ondermeer geleerd bij een ”snieder” in Lattrop, daarna bij kleermaker Bults aan de Brandligterweg in Denekamp en tenslotte bij Voorhuis in Hengelo (O), een nu nog bestaande modezaak. Daar is hij ongeveer twee jaar geweest, waarna hij, 19 jaar oud, als zelfstandig kleermaker in Lattrop begon.
Moeder werkte vanaf haar 11/12de jaar als kamermeisje bij verschillende families, ondermeer bij de familie Stolle in Oldenzaal. Bij de meeste gezinnen was ze intern. Een keer per maand ging haar moeder naar de familie, waar haar dochter in betrekking was, om het loon van de dochter op te halen. In de verkeringstijd, als de meisjes één zondagmiddag in de veertien dagen vrijaf hadden, ging vader lopend van Lattrop naar Oldenzaal om zijn verloofde op te zoeken. In die tijd liep het trammeke Denekamp-Oldenzaal nog niet. Trouwens ook in de tijd dat vader in Hengelo werkte liep hij elke morgen van Lattrop naar Oldenzaal en stapte daar op de trein naar Hengelo. Eens, toen hij in die periode in Hengelo op straat liep, hoorde hij achter zich enkele mensen praten en ving hij op "Wat, is den jong klearmaker? Hee is ja liek en rech”. In die tijd werden velen die iets aan de rug mankeerden kleermaker en kregen anderen mankementen aan de rug vanwege het langdurige zitten in gekromde houding op een tafel.
Geen paard
Als nevenbedrijf hadden mijn ouders nog een klein boerderijtje, met eerst één koe en later twee. Een paard had vader niet. Daarmee kon hij ook niet zo best overweg. Als er bij bepaalde werkzaamheden een paard nodig was, werd een van de noabers, een kennis of familielid ingeschakeld die daar voor betaald werd. Tot aan de verbou-wing in 1953 woonden we in een soort ”los hoes”. De kippen liepen door het hele huis. De meeste werkzaamheden gebeurden op de deel. Achter de deel lag de voorkeuken en de werkplaats van vader. Na de verbouwing in 1953 kregen we een echte keuken. Op een zondagmiddag is het huis, dat in 1956 werd aangesloten op het elektriciteitsnet afgebrand, waarschijnlijk als gevolg van kinderspel. De werkplaats, die tegen het huis was gebouwd, bleef grotendeels gespaard. Het huis dateerde nog van voor de eerste wereldoorlog. Ook het huis dat na die brand is gebouwd, staat er inmiddels niet meer. Zo'n vier jaar geleden is op die plek een nieuw huis gebouwd.
Geen diploma's nodigJohanna Maria (Hanna) Blokhuis-Groener, moeder van Annie Blokhuis
In 1906, enkele jaren nadat vader een eigen kleermakerij was begonnen, zijn mijn ouders getrouwd. In die tijd had men om een eigen bedrijf te beginnen nog geen diploma's en dergelijke nodig. De kleermakerij van vader liep altijd heel goed. Vooral tegen de paastijd was het gewoonlijk erg druk. Als vader het druk had begon hij altijd te fluiten,maar dan was het niet best. In tijden van grote drukte liet vader zijn klanten wel op de afgesproken tijd komen om te passen, maar liet daarna het kledingstuk dat nog niet klaar was, wel eens geruime tijd hangen, om bij de klant de indruk te wekken dat er wel aan gewerkt werd. Vader maakte gewoonljjk lange dagen, meestal begon hij 's morgens tegen half acht/acht uur. Als hij 's avonds na het eten even bij de warme kachel zat viel hij prompt in slaap. Moeder maakte hem dan wel eens wakker om te waarschuwen dat de koeien nog gevoerd moesten worden. Ook dommelde hij wel eens even in als hij op de tafel zat te werken.
Zelfs winkeliers als klant
Naast enige naaimachines, een grote schaar, wat kleinere scharen, een persplaat en een perskussen, een meterlat en een ellenstok gebruikte vader verder geen machines en gereedschappen. Alles gebeurde met de hand. Gewoonlijk kwamen de klanten bij vader om te bestellen en later om te passen en om de bestelde kleding op te halen. Als het Wat ”hogere” heren betrof, zoals pastoor Knuif in Denekamp, ging vader er wel naar toe om de bestelling op te nemen, te laten passen en ten slotte om de kleding af te leveren. Verschillende onderwijzers zowel in Denekamp als in Lattrop telde hij onder zijn klanten. Ook werkte hij voor diverse manufacturiers in de omtrek zoals voor Leferink in Reutum, Koopman in Tilligte en Meijerink in Denekamp.
                                                                                Geen concurrentBernardus Blokhuis (Veldsniere) Lattrop
Toen iemand uit Lattrop indertijd probeerde als leerjongen bij vader in dienst te komen weigerde hij deze met het argument: "je zou hier het vak leren en later mijn concurrent worden, dus dat gebeurt niet”. Later heeft de bewuste man bij kleermaker Visschedijk aan de Vledderstraat te Denekamp gewerkt. Broer Bernard is na aanvankelijk boerenknecht in Agelo te zijn geweest, na een ongeluk in 1940 via een modevakschool in Doetinchem, alsnog kleermaker geworden. Broer Gerard, die in de meidagen van 1940 is gesneuveld, was eveneens kleermaker maar die had het vak van vader geleerd. Over het sneuvelen van deze broer volgen later in het verhaal wat meer bijzonderheden. In 1953 heeft vader de zaak overgedragen aan mijn broer Bernard die behalve vakdiploma's geen andere papieren of diploma's had, dus ook geen middenstandsdiploma.
Turf halen en leren feietsen
Eén keer per jaar ging men de voor ons gezin benodigde turf zelf halen uit het veen. Er werd dan overnacht bij de Knoefbakker in Geesteren. Met de heen- en terugreis waren ze dan twee dagen kwijt. Verder werd hout gestookt dat van het landgoed Singraven kwam. Men kocht een bepaald perceel op stam, dat men zelf moest hakken. Later stookten we ook eierkolen en cokes. Moeder heeft nooit leren fietsen. Ze is er weleens mee begonnen, maar kreeg de kunst nooit goed onder de knie. Tenslotte is ze er mee gestopt en ging de fiets aan de kant. Gevolg was wel dat ze overal lopend naar toe moest; naar de kerk in Lattrop, maar ook naar Denekamp als ze op zondagmiddag op familiebezoek ging. Vader heeft nog leren fietsen toen hij al 38 was. Ongeveer vier weken voor zijn dood is hij nog naar een zoon aan de Bornsedijk in Hasselo (zo'n 36 km heen en terug) gefietst, drie a vier keer een half uur fietsen en dat op één middag.
Gesneuveld in RotterdamGerard Blokhuis (Veldsniere) Lattrop
Zo als hiervoor al kort is verteld, is broer Gerard, die ook kleermaker was, in de meidagen van 1940 gesneuveld in Rotterdam. Pas op 24 mei, ongeveer tien dagen na zijn overlijden, kregen we via de pastoor het officiële bericht hiervan. Dezelfde dag kregen we van hem zelf nog een briefkaart, die hij geschreven had 's avonds voor Pinksteren terwijl hij met enkele andere militairen bij de Maasbrug lag, onder het vuur van de Duitsers, die onder de brug en rondom verscholen zaten. Op de dinsdag nadat de pastoor het overlijdensbericht had gebracht, werd er in de Grafsteen Gerard Blokhuis LattropLattropper kerk een requiemmis voor hem opgedragen. Op die dag berichtte men ons ook dat het lijk van Gerard van de voorlopige begraafplaats in de omgeving waar hij sneuvelde was, overgebracht was naar de definitieve begraafplaats Crooswijk, een zeer groot kerkhof dat altijd keurig werd onderhouden. De gesneuvelden liggen daar in een apart gedeelte bij elkaar in twee lange rijen. Mijn broer ligt naast Simon Thomas, de toenmalige commandant van het vliegveld Waalhaven. In de eerste jaren had elke gesneuvelde militair een houten kruis met helm op het graf. In 1951 zijn op alle graven van gesneuvelde militairen uniforme oorlogskruizen gezet.
Tien maanden nadat Gerard gesneuveld was, kwam politieagent Bontjer zijn spullen brengen: een portefeuille, een horloge en zijn portemonnee. Vanwege het sneuvelen van hun zoon kregen mijn ouders een uitkering van naar ik meen honderd gulden per jaar, waarvan elke kwartaal een deel werd uitgekeerd. Gerard werd namelijk aangemerkt als kostwinner. Na het overlijden van vader werd deze uitkering stopgezet. Ook konden mijn ouders op staatskosten twaalf jaar lang, vier keer per jaar zijn graf bezoeken.
Goedkope jeneverZelfgemaakte stookinstallatie voor sterke drank
In of kort na de eerste wereldoorlog, heeft vader eens zes weken gevangen gezeten in Veenhuizen vanwege het smokkelen van dertig pond rijst. Hij heeft nog uitstel gehad om te ”zitten”, omdat moeder zou bevallen. Als straf moest vader, die in dat kamp een 'pillows' gevangenenpak en een petje droeg, hele dagen aardappelen schillen. Over het smokkelen kon vader hele verhalen vertellen. In Lattrop in de Bergvennen had men rond 1938 een geheime ondergrondse distilleerderij, waar op een gegeven moment een aantal koeien door de bovenlaag zakte, het dak van de jeneverstokerij. Daar is die jaren nog een cabaretliedje over gemaakt dat door de radio is uitgezonden. Enkele Denekampers waren de hoofdfiguren in die affaire. Later hoorden we dat het doorzakken van de koeien en de ontdekking van de jeneverstokerij doorgestoken kaart is geweest. De hoofdfiguren zagen het namelijk nietmeer zitten, de zaak was hen boven het hoofd gegroeid.Toen mijn zus in 1933 is getrouwd, dacht vader 'ik haal wat jenever uit de Pruus', mooi voordelig. Zo gezegd, zo gedaan. Maar na het drinken van dat spul werden de gebuikers niet alleen dronken, maar ook een tijd lang ”hoorndol”.
Een vreemd pad
Tot enige jaren na de Tweede Wereldoorlog was er aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens een vijfhonderdmeter-zone, die men niet zonder een speciale pas mocht betreden. Wij woonden dicht bij die ”verboden zone”. Als een van ons binnen die zone bij iemand door vader gemaakte kleding moest brengen, had die ook zo'n pas nodig. Op vrijdagvond sloeg onze hond geregeld aan. Als je dan goed luisterde, hoorde je dat er mannen langs liepen, wat te horen was aan het langs elkaar schuren van de broekspijpen. De mannen droegen gewoonlijk manchester broeken. Een vleugel van een in de oorlog neergestort vliegtuig maakte deel uit van een smokkelpad, dat nabij ons huis liep, dat was een min of meer vaste route over de groene grens. Op een vrijdagavond in 1947/1948 brachten daar enkele personen twintig koeien over de grens, waarvan men aan beide kanten vooraf op de hoogte was.
Moeder was ongeveer tweeeneenhalfjaar voor hem overleden aan een beroerte. Zij had al lang daarvoor een te hoge bloeddruk. Ik kan me nog heel goed herinneren, dat als vader in de jaren na het overlijden van moeder via de achterdeur het huis binnenkwam, hij altijd even bleef staan om naar de foto van moeder als jong meisje te kijken, die daar aan de wand hing. Dat gebeurde telkens weer.
Na het scheren, alles voorbij
Vader heet altijd zijn vak uitgeoefend zonder bril en ook bij het lezen gebruikte hij die niet. Op zaterdag 6 november 1955, daags voor zijn dood heeft hij nog een bijna geheel manchesterpak gemaakt. De naald zat later nog in het vestje waarmee hij die dag bezig was geweest. Diezelfde dag had hij ook nog zijn fiets gepoetst want je mocht op zondag, zo meende hij, niet met een ongepoetste fiets naar de kerk.Voor dat hij naar de kerk ging, wilde hij zich nog even scheren, waarmee hij niet klaar gekomen is, want we vonden hem half ingezeept met het scheermes naast zich op tafel. Hij kon ons nog toe fluisterendat hij niet meer naar de kerk kon en dat alles voorbij was. We hebben de pastoor direct opgehaald, die hem het H. Oliesel heeft toegediend. Toen was het met vader inderdaad afgelopen. Hij stierf dus nog vrij onverwacht, hoewel hij leed aan een verstopping van de kransslagader.
 

Blokhuis Annie wv Anton Bischop Hengelo(O) 1927-2016

Annie Blokhuis is geboren op 13-08-1927 in Lattrop 104 (Wiggersbaks-Bertus of Veldsnieder), dochter van Albertus (Albert) Blokhuis en Johanna Maria (Hanna) Groener.  Annie is overleden op 06-03-2016 in Hengelo(O), 88 jaar oud. Zij is begraven op 12-03-2016 in Hengelo(O) Algemene begraafplaats Deurningerstraat 262.
Annie trouwde, 36 jaar oud, op 04-06-1964 met Antoon Bischop uit Lemelerveld, 38 jaar oud.